Rollercoaster.

Als hardnekkige nachtvlinder, waarbij ik op dit moment op het klokje zie dat het inmiddels alweer 02.31 uur is moet ik toegeven dat ik echt een gereïncarneerde mot ben. Op de doorkabbelende televisie na, is het verder stil. TV Gelderland heeft inmiddels de zoveelste herhaling van ‘Zomer in Gelderland’ gehad en presentatrice Angelique Krüger kan ik inmiddels foutloos playbacken, inclusief haar hinderlijk giebelende lachje.

Ondertussen ben ik bezig op de laptop met de broodnodige bankzaken en onderneem ik wederom een poging om mijn mailbox drastisch te gaan opruimen, maar als ik de ruim 1400 mails zie staan, zakt de moed bijna naar mijn blote voeten. Ik werk toch dapper en volhardend een paar pagina’s weg en ga vervolgens over op iets leukers en waar ik eigenlijk meer zin in heb: mijn column.

Stil dus.

Een paar weken terug in mijn vorige column, had ik het nog over mijn luidruchtig snurkende hond die naast mijn voeten lag. Ik had niet kunnen bedenken dat een week daarna deze luidruchtige snurker er plotsklaps niet meer zou zijn. De zonnige zaterdagmorgen van 18 juli leek er eentje te worden zoals alle andere zaterdagen. Ochtendwandeling, ontbijtje, koffie. En uit het niets ging het ineens goed fout met hem. Op een draf naar de dierenarts. Bij vertrek van huis hadden mijn partner en ik al het gevoel dat het voor hem een enkele reis zou gaan worden. Conclusie van de dierenarts was: een herseninfarct. Niets meer aan te doen. Het belang van een dier staat bij ons in zo’n geval voorop en dan is euthanasie een prachtige dood. Verdrietig en tranen met tuiten als je het leven ziet wegglijden uit die lieve viervoeter. Elf jaar geworden. Een Cavalier King Charles, waar we drie jaar volop van hebben mogen genieten. Een ‘erfstuk’ van mijn zwager zei ik altijd, die drie jaar terug overleed. Er was toen niemand die voor zijn hond kon zorgen. Bij ons was er toen op dat moment, een half jaar na het overlijden van onze allereerste hond, een Jack Russell, weer ruim plek in ons huis en in ons hart voor deze Cavalier. Met het overlijden van deze snurker verdween ook de laatste levende link met mijn zwager.

11822836_518412878322367_6666060797026906193_n

En dan is het ineens oorverdovend stil. Je dénkt dat je nog een snurkje hoort, maar dat is dan toch een ander geluid blijkbaar. Met het achteruit schuiven van een stoel, kijk je eerst achterom of hij er niet tegenaan ligt en je niet per ongeluk op een staart of poot staat: hoeft niet meer. Je mist de post die nu geruisloos op de deurmat valt: werd anders altijd met luid geblaf begroet. De dartele blijheid als je thuis kwam. Die starende blik als je brood smeerde bij het aanrecht: er zou maar eens een plaatje worst over zijn. Een hond mis je meteen als hij er niet meer is. Er is echt iemand weg uit de roedel.

Vervolgens wordt twee weken later mijn partner, via de huisarts per ambulance naar het ziekenhuis gestuurd met serieuze benauwdheidsklachten. Waarvan we eerst dachten dat het allemaal wel zou meevallen; misschien hartfilmpje maken bij de huisarts, misschien luchtwegproblemen? Nee dus, ga maar naar het ziekenhuis en na een aantal grondige onderzoeken, waaronder een hartkatheterisatie, troffen ze een vernauwde èn een verstopte hartkransslagader aan. Dat is even flink schrikken en zet je in een soort van survivalstand en deels automatische piloot. Maar het jaagt je ook angst aan, het is immers wel het hart en niet een blindedarm.

Ziekenhuisbezoekjes, dingen regelen, ziek melden bij zijn werkgever en taken overnemen. Ik maak aardig wat vlieguren op een dag. Veel kostbare tijd gaat op aan wachten. Wachten op onderzoeken. Wachten op de MRI scan in Nijmegen. De uitslag daarvan bepaald weer de behandeling: dotteren òf dubbele bypassoperatie. Spannende tijden. Je leeft dag bij dag en denkt maar niet te ver vooruit. Je relativeert op de rustige momenten het leven en beseft dat het zomaar mis kan gaan en het maakt je kwetsbaar. Het leven ‘an sich’ is fragiel. In een ‘split second’ kan je zomaar weg zijn. Je leven krijgt een totaal andere wending.

De zomerse ongemakken; vliegenoverlast, oprukkende wespeninvasie, muggen, puffen en zwoegen als het tropisch warm wordt, zijn in dat opzicht wel de minste problemen. Maar dat besef je meestal pas als er iets ingrijpends gebeurd in je leven (cliché) en dan ga je alles weer relativeren. Van rollercoaster naar carrousel.

Groeten,

Edith van Groningen.