In de dertig jaar na de hemelvaart van de Heer groeide de jonge kerk van Jezus Christus snel. In overeenstemming met de profetie van Jezus (Handelingen 1:8) breidde de kerk zich over vele delen van het keizerrijk uit.

In juli 64 n. Chr. woedde er negen dagen lang in Rome een rampzalige brand die de hoofdstad van het keizerrijk verwoestte. Men geloofde in die dagen dat Nero, om zijn misdaden te verbergen en zich een omvangrijk gebied in het midden van de stad voor een nieuw paleis toe te eigenen, zelf de brandstichter was. Om dit gerucht de kop in te drukken gaf Nero de schuld van de brand aan de christenen. De leringen van de kerk, dat de wereld aan het einde door vuur zou worden vernietigd maakte deze beschuldigingen des te geloofwaardiger. Er volgde tegen de heiligen een algemene vervolging. Tacitus, een Romeins historicus heeft de omvang van het ernstige karakter beschreven van wat bekend werd als de eerste Romeinse vervolging van de kerk.

“Maar alle menselijke inspanningen, al de geschenken van de keizer, al de zoenoffers aan de goden, konden het boosaardige geloof – dat de grote brand op bevel was aangestoken –  niet ongedaan maken. Om het gerucht de kop in te drukken schreef Nero de schuld toe aan en legde de geraffineerdste kwellingen op aan een groep die om hun “verfoeilijke” gedrag werden gehaat en die door de bevolking christenen werden genoemd. Christus van wie de naam afstamde was tijdens de regering van Tiberius door de stadhouder Pontius Pilatus ter dood veroordeeld, maar het verderfelijke bijgeloof, dat zijn volgelingen het lichaam van Christus uit het graf hadden gehaald en lieten weten dat Hij uit de dood was opgestaan, brak niet alleen weer in Judea uit, maar zelfs in Rome.

Allereerst werden zij, die toegaven dat zij lid waren, gearresteerd, vervolgens werden op hun aanklacht grote aantallen christenen veroordeeld, niet zozeer wegens schuld aan de grote brand, maar veeleer uit haat tegenover het menselijke ras. Er werd met hun dood nog de spot gedreven, ze werden met de huid van wilde beesten bedekt en door honden aan stukken gescheurd tot ze stierven, of ze werden aan kruisen genageld en wanneer het daglicht verdween in brand gestoken om in de nacht licht te verschaffen. Nero had zijn tuinen voor het schouwspel beschikbaar gesteld en zorgde voor circusspelen waarbij hij zich onder de mensen begaf als wagenmenner of zelf een strijdwagen mende. Vandaar dat er – hoewel ze de zwaarste straf verdienden – wegens de barbaarsheid van één man een gevoel van medelijden ontstond”.

De brand van Rome kon worden vergeleken met een “vurige beproeving” die weldra over de leden van de kerk zou worden uitgestort. Zodoende waarschuwde Petrus, de president van de kerk, de heiligen in Asia voor de op handen zijnde vervolging. Hoe juist de profetie was, is af te leiden uit het feit dat zowel Petrus als Paulus als martelaren van het geloof stierven gedurende deze jaren van vervolging onder Nero, waarschijnlijk in 68 n. Chr. Uit oude overleveringen vernemen wij dat de apostel Petrus werd gearresteerd toen hij in Rome was en tegen het eind van de regering van Nero, op eigen verzoek ondersteboven gekruisigd werd, omdat hij zichzelf niet waardig genoeg vond om op de zelfde manier als de Heiland te worden gekruisigd, is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.