Meestal zit ik niet aan de bar. Dat heb ik tot nu toe nog weten te voorkomen. Liever zoek ik een tafeltje op, bij voorkeur waar niemand anders zit.
Ik heb daar een verwrongen theorie over. Verwrongen in de zin van bevooroordeeld maar dat zal mij een zorg zijn.
Als je in een kroeg eenmaal aan de bar belandt is het gedaan met je. Op een gegeven moment krijg je je vaste plek. Dat je dan binnenkomt en alle plaatsen zijn bezet behalve die kruk waar jij altijd op zit.
Het ergste wat je kan overkomen is dat bij binnenkomst je wodkaatje al op de bar staat. Op dat moment ben je echt diep afgezakt.
De tafeltjes zijn bezet dus sta ik aan de bar. Hoewel er nog twee krukken vrij zijn weiger ik te gaan zitten. Zeg maar, een laatste strohalm waar ik mij aan vasthoud. Zo lang ik niet zit houd ik de boel onder controle.

Naast mij zit een man die het niet redde en op zijn vaste kruk verveeld wat rondjes draait met zijn glas bier.Het glas beweegt gemakkelijk rond vanwege het vocht op de bar.
Hij neemt een lange haal van zijn shaggie en kijkt mij met bloeddoorlopen ogen aan.
’Ga eindelijk eens zitten man,’ zegt hij. ‘Ik word nerveus van dat gestaan van jou.’
‘Neem dan nog een biertje,’ antwoord ik. ’ Of een pilletje’.
‘Ik heb mij pas toch een goed figuur geslagen,’ zegt hij zonder op mijn advies te reageren.
‘En?’ vraag ik meelevend. ‘Sloeg ze terug?’
Daar moet hij even over nadenken. Ik zie een diepe rimpel in zijn voorhoofd ontstaan.
Dan neemt hij een slok bier en zet het glas met een klap op de bar.
‘Gaan we bijdehand doen?’ vraagt hij. ’Nee het zit zo, ik had afgesproken met een vrouw die ik via internet had leren kennen.Wij hadden afgesproken in Amsterdam, op het Centraal Station.
Ik kende haar van een foto maar ze zag er in het echt heel anders uit. Die fotograaf heeft er nogal wat tijd ingestoken zeker om er nog wat van te maken?, zei ik tegen haar.
‘Dat was niet zo handig,’ antwoord ik.

Hij neemt nog een lange haal van zijn shaggie.’Dat kun je wel stellen, ze draaide zich meteen om en ging er vandoor. Nou ja, niemand is perfect zal ik maar zeggen’
‘Dat is waar,’ zeg ik. ‘Maar sommigen laten het wel érg merken.’
Hij neemt nog een lange haal: ‘Nou moet je niet nog bijdehanter worden maat, dit is een serieus probleem namelijk.’
Ik neem nog een slok van mijn wodkaatje en iemand draait de muziek nog wat harder. Of het al niet hard genoeg stond. Iets met rap of zo dus leg ik wat geld op de bar en drink mijn glas leeg.
‘Ga je nu al weg?’ vraagt de man , zijn peuk uitdrukkend om meteen een volgende te draaien.
‘Wil je het vervolg niet horen?’
‘Nee dank je. Als ik tegenwoordig echte muziek wil horen ga ik naar huis. Beter dan hier te blijven rondlummelen.’
De man richt zijn bloeddoorlopen oogjes op mij: ‘Wij zijn anders alleen hier op aarde om rond te lummelen hoor, en laat niemand je iets anders wijs maken..”