Eromheen draaien heeft geen zin, kleine kinderen zijn ratten. Zo, ik heb het gezegd en de woorden terugnemen kan niet meer.
Mogelijk moet ik nu het nodige toelichten, want naast het gegeven dat dit niet uitgesproken mag worden, althans volgens de algemeen geaccepteerde opvoedboekjes, voelt een dergelijke uitlating ook moralistisch gezien onjuist. Natuurlijk, een slapend kindje is zo aandoenlijk. Absoluut, lachende kinderen zijn een lust voor het oog. Eens, je bent gezegend met gezonde kinderen. True, rustig spelende kinderen zijn schattig.
Maar kijk, daar schuilt het probleem: RUSTIG! Laat dat nu eens net NIET bestaan in dat kleine bolletje. Want nee, ze kennen geen rustige stand en nee, luisteren of op z’n minst gecontroleerd dingen doen hoort klaarblijkelijk niet in het systeem van die kleine ratjes. Over (door)slapen beginnen is al helemaal zinloos.
Het lot van ouders is dan ook een automatisme creëren en een nieuwe levensstandaard aanleren, welke het beste valt samen te vatten met het woord acceptatie. Je moet leren accepteren dat je onder gespuugd wordt, dat er etensresten in je kleren komen, dat je lichaam in 3 maanden tijd minstens 4 jaar ouder wordt, dat je rimpels en wallen niet meer kunt onderscheiden, dat achter je kind(eren) aanhollen om alles op te ruimen je tweede natuur wordt, dat je tegenwoordig je ontbijt en lunch moet combineren, dat afspreken met vrienden een race tegen de klok wordt en dat je kussen ruiken synoniem staat met in slaap vallen.

In slaap vallen, heerlijk…. Waar zijn die lazy Sundays gebleven, waarbij je bewust ontbijt en lunch oversloeg en in je joggingpak een complete film-marathon hield. Natuurlijk, kinderen mogen krijgen is een zegen en dat er het nodige zou gaan veranderen in je leven was ingecalculeerd. Incalculeren, nog zoiets: een planning maken is volstrekt overbodig wanneer je kinderen hebt. Op tijd vertrekken is er niet bij, want die bengels hebben altijd “poepie-bah” gedaan als je weg wilt, drinken gemorst, kleertjes zijn vies, favoriete speelgoed is zoek en als alles dan gereed is, blijkt dat je zelf nog in je pyjama loopt.
Kom je na een uitputtende dag weer thuis, dan begint het ritueel van opruimen opnieuw. Tussen het opruimen door mag je eten koken en dan begint het volgende feest: opvoeren. Nadat dat circus geweest is en je de nodige vochtige babydoekjes hebt mogen gebruiken, komt het festijn van pyjama aandoen, tandjes poetsen, voorlezen, liedje zingen en naar bedje gaan. Na herhaaldelijk genoemd te hebben dat het nu tijd is om de oogjes dicht te doen en te gaan slapen, begint de werkelijke strijd: SLAPEN GAAN.
Deze strijd win je niet, wederom het toverwoord: accepteren.

“Huh, wat….nee, rust…slapen..”, dat is het eerste wat er gebeurt bij het ochtendgloren. Wederom een nacht uit je slaap gerukt. “Papaaa!!”…. Grrr, gloeiende…, weer zo’n dag. Nu niet, korte metten….schuivend over de overloop, richting kinderslaapkamer, vol frustratie. Nu is het afgelopen, we slapen wat langer dan 5:30 uur. Deur open en…. Daar staat hij, armpjes vooruit en met een lach “Papaaaa, voetballen”… Slik, “Goedemorgen vriend, heb jij lekker de slaap uit. Ja, we gaan voetballen vriend. Vandaag weer zo’n mooie dag”.


Toevoeging van de auteur:  het vaderschap is een verrijking. Om de harmonie met moeders te bewaren, dient gezegd te worden dat bovenstaand uiteraard aangedikt is.