In die grootse en heerlijke godsdienst die ik heb ontvangen, valt elke dag wel iets nieuws en waardevols te leren. En het is niet alleen een voorrecht maar ook noodzakelijk dat ik mij deze dingen eigen maak en nieuwe ideeën opdoe. Dat geloof heeft alles te maken met vooruitgang – in verstandelijk, lichamelijk, moreel en geestelijk opzicht. Daarom neem ik in dat geloof geen halfslachtige houding aan wat leren betreft.

Hierdoor is een lang leven op aarde nuttig om de nodige kennis en ervaring op te doen. God heeft immers gezegd dat het niveau van intelligentie, die ik in dit leven bereik, in de opstanding met mij mee zal verrijzen, dat ik dus wél iets belangrijks mee kan nemen als ik sterf en als ik in dit leven meer kennis en intelligentie verkrijg, ik daar in die zelfde mate in de toekomende wereld voordeel bij zal hebben.

Velen leren niet en verbeteren zich niet zoals ze zouden kunnen, omdat hun blik en hun hart niet op God zijn gericht. Ze denken niet diep na en beschikken niet over de kennis die ze zouden kunnen hebben; ze lopen veel mis van wat ze hadden kunnen ontvangen. We moeten kennis ver-krijgen voordat we blijvende vreugde verkrijgen; we moeten goed bij de les blijven wat de dingen van God betreft.

We kunnen onze tijd nu wel verbeuzelen, maar als we onze intellectuele vermogens willen aanwakkeren, zullen we toch een keer aan de slag moeten. We hebben een bepaalde route af te leggen, en als we vandaag niet opschieten, moeten we morgen des te meer inhalen. We moeten onze geest en ons verstand aan het werk zetten en de talenten die we van God hebben gekregen gebruiken en uitoefenen. Dan staan we door het licht van de gave en macht van de Heilige Geest open voor de nodige ideeën, intelli-gentie en zegeningen die ons op de toekomst voorbereid-en, op gebeurtenissen die komen gaan en hoe ouder wij worden des te mooier wordt dat toekomstperspectief.

Hetzelfde beginsel is van toepassing op al mijn handelingen wat de dingen van God betreft. Ik moet mij wel ervoor inspannen, maar stilstaan zonder in actie te komen is nutteloos, want als ik niets doe, bereik ik ook niets. Elk beginsel dat uit de hemel wordt geopenbaard, is voor mijn welzijn, voor mijn leven, voor mijn heil en voor mijn geluk.

We vinden het misschien niet nodig dat we actief zoeken naar wat God van ons verlangt; ofwel dat we de beginselen onderzoeken die God heeft geopenbaard waardoor we belangrijke zegeningen kunnen verwerven. Er zijn duidelijke beginselen geopenbaard, met de verhoging als oogmerk en ter voorkoming van allerhande problemen en beproevingen. Toch laat vrijwel iedereen de zegeningen, door hun gebrek aan interesse en doorzettingsvermogen om ze te leren en ernaar te handelen, aan hun neus voorbijgaan.

Maar ik blijf voortgaan om te werken in de naam van de Heer onze God. Ik probeer elke dag in wijsheid en intelligentie toe te nemen, opdat alle omstandigheden die zich voordoen mij tot heil zullen strekken en mij in geloof en intelligentie doen toenemen. Het onderricht van mijn geest verdient mijn volle aandacht.

Het mooiste van dat al is de lieveling waar ik nu een eeuwig huwelijk mee heb want zij streeft hetzelfde doel na en het zelfde toekomstperspectief wat zijn weerga niet kent en er bestaat niets mooiers dan samen elkaar versterken en te helpen in intelligentie toe te nemen.

Samen in intelligentie toenemen
Stem op deze column!