Een prachtige dag. Het zonnetje schijnt op mijn kale kop en de eerste zweetdruppel zakt door mijn sik richting de grond. Een echt biertje in  mijn hand, en kijken maar. Welkom bij Sail Amsterdam.

Boten, schepen, vreemde brouwsels, rugzakkende yuppen afgewisseld met shoppende chinezen. Dit zijn dus rasechte Amsterdammers.

Toch wel heel knap bedenk ik me, als ik zie hoeveel vluchtelingen er eigenlijk op een boot kunnen. Als ik om mee heen kijk naar die zuipende varende massa, is zes “man” eigenlijk genoeg. Immers, moeders of de vriendin moeten wel op het dek kunnen liggen om de Radler ellende al nippend naar binnen te kunnen gieten.

En ik geef het u te doen, liggend drinken. Knap, heel knap. Vast een workshop gevolgd met een paar Oud Zuid vriendinnen.

Naast mij staat een wat magere jonge man met een zonnebril op. Prachtig, niet? Ik kijk hem aan, ik ken hem ergens van? Prachtig, het doet mij verlangen naar de tijden van de Oost Indisch Compagnie. Wij Nederlanders bevaren de zeeën, op zoek naar het onbekende.

Nou dan hoef je niet echt te gaan zoeken. Boek een cheap ticket, rol een handdoek uit, tuur naar de Griekse horizon en binnen een half heb je zoveel onbekendheid om je heen die z’n weerga niet kent. Zal je vrouw niet echt leuk vinden, denk ik?

Ik heb geen vrouw, zegt de zonnebril. Achter hem staan twee mannen die ook een zonnebril op hebben, nerveus om zich heen kijkend.

Zeker de weg kwijt of bang dat ze gerold worden. Begrijpelijk, Amsterdammertjes en geld. Altijd al een onafscheidelijk duo geweest.

Achter mij vraagt een man om een alcohol vrij biertje, maar of het in een echt bierglas mag! Ik kijk om. Een klein dikkertje met een bril en hoed op. De creditcard ligt al op tafel, glinsterend in de zon. Een citroensapje betalen met een creditcard, dat is ook Amsterdam. Waar ken ik hem ook al weer van?

Verderop staat een massa te zwaaien. Ik kijk mee, en zie onze eigen Alex met zijn gezinnetje terug zwaaien. Pappa zwaait, Mamma zwaait en de kinderen zwaaien.

Die zijn weer op zoek naar een groter schip, en dan is dit hele gebeuren toch wat eenvoudiger dan het incognito bezoeken van een showroom. Laat het volk maar denken!

Naast mij staat een Chinees met wat plastic tassen in de hand, en vraagt in Engels wie het zijn. IK vertel hem dat het de Partijvoorzitter van Nederland is.

En als je heel veel terug zwaait en muntjes gooit, je misschien wel uitgekozen wordt om een weekendje mee te varen. Jezelf inkopen kan, ook want onze Partijbons is wat gevoelig voor centjes. Zit in de familie.

Dus ik zou zeggen, zwaaien met de Chinacard en de kans neemt toe. Dan komt het vast allemaal goed.

Ik loop terug naar de parkeergarage. Of ik negentien euro wil af rekenen, zegt de groene paal tegen me. De Draeck!

Het is goed zo. Een keer meegemaakt. Veel bekende gezichten gezien, waar ik de namen van vergeten ben. En weer ontdekt dat de grote stad niks voor de Pluis is.

Ik rij weg, en de mensen staan nog steeds te zwaaien. Naar wie? Ik zou het niet weten. Nederlanders zwaaien, daar zijn we goed in. Een beetje als Chinezen, maar op onze eigen Oost Indische manier! Hebben we ook moeten leren!