“Hello, hello, selfie? Selfie? Good price,” ik loop op Piazza de Colosseo en wordt om de vier meter aangeklampt door voormalige bootvluchtelingen die wanhopig een selfie-sticks voor de schappelijke prijs van vijf euro proberen te verkopen. Als ik dan wijs naar mijn ‘ouwerwetse’ spiegelreflex en zeg ‘does not fit’, dan blijven ze roepen ‘good price good price’.

Met tientallen tegelijk lopen ze bij elk toeristische attractie rond. Bij het historische witte pand, het Pantheon, het Vaticaan, Piazza Navona. Welke piazza, fontein of park dan ook, er is geen ontkomen aan. De jongemannen die maanden door de woestijn getrokken hebben, duizenden dollars betaald hebben om zich met een gammel bootje de overtocht te wagen. Hopend, of ervanuit gaand, op een beter leven.
En dat betere leven begint met de verkoop van deze laag geprijsde zet-je-phone-op-een-stok-stick in Rome. Toeristen betalen graag het bedrag, omdat ze toch wel inzien dat je met zo’n stick ‘the bigger picture’ kunt maken. En, belangrijker, het thuisfront via insta-face-vine-snap-twittergram kunt laten zien hoe goed en leuk en lekker je het hebt, daar in Rome. Het is soms hilarisch om te zien wat mensen uithalen om het leukste plaatje te kunnen schieten. Ik zie een (japanse) jongedame lange tijd bezig met eerst een selfie van zichzelf, daarna met haar drie reisgenootjes.
Dat haar duurbetaalde iPhone wel eens van de stick dondert, deert niet, ze ging vrolijk verder. Gelukkig zit in de Rome een echte iPhone Kliniek. Redding is altijd nabij, ook om te beseffen op welk historische plek ze zijn. Na de geslaagde foto vertrokken ze spoorslags. Waarschijnlijk naar de Trevi fontein. Dat gaat op een teleurstelling uitlopen: de Trevi is in revisie.

Voordeel van de stick is dat je geen mede-toerist of lokale inwoner hoeft te vragen een foto te maken van je gezelschap, met het gevaar dat de ‘fotograaf’ er opeens met je duurbetaalde iPhone vandoor gaat. Met de selfie stick heb je beter controle over hoe de foto eruit komt te zien. Beter nog, hoe jij er beter op de foto uit komt te zien. Niet het Colosseum is het middelpunt, nee jij. En zo leer je snel hoe je er het voordeligst uitziet op zo’n selfie-stick pica. De selfie stick wordt ook niet voor niets de narcisten stick genoemd. Nee, de selfie is nog lang niet dood.

Dat een toerist, die alles heeft, zo’n stick koopt van iemand die niets heeft is bizar. Maar van alle tijden. Dagelijks verschijnen er meer en meer straatverkopers en ook op de meest onverwachte plekken. Piazza Navona is onderhand een permanente rommelmarkt geworden met uitgestalde zonnebrillen, hoedjes, tassen, prulletjes.

De (illegale) straatverkoper kan elk moment opgepakt worden door de lokale politie (wat niet gebeurd) en als hij overdag niet genoeg verkoopt dan moet hij ‘s avonds nog aan de bak om verlichte torentjes van Pisa te gaan verkopen. Overnachten doe je maar in het park, of in een gekraakt pand in de buitenwijken van Rome. De honderdduizenden vluchtelingen die Italië binnenkomen moeten toch ergens heen en kunnen toch wel iets doen?

De zwervende Italiaan, zonder AOW, ongeneeslijk ziek, met veel gebreken, maar geen euro te maken heeft, schuifelt langs de straat met zijn kromme benen, of ligt op straat met een centenbakje voor zich. Gelukkig, Italianen zijn een sociaal volk, voor die mensen hebben ze altijd wel een eurootje over.

De straatverkopers keuren ze geen blik waardig. Die zijn een prooi voor de toeristen.