Slechts weinigen weten het. En dat moet ook zo blijven.

Ze zeggen dat ik vroeg dood ga, omdat ik rook.

Daar ben ik wel van geschrokken aangezien ik een echt avondmens ben en ik moet er niet aan denken dat juist op mijn overlijdensakte – toch je laatste papieren groet aan de wereld – een tijd van voor elf uur ’s ochtends vermeld staat, zoals 04.45u of 06.30u. Vreselijk toch! Bovendien ben ik op zulke tijden vaak gewoon nog wakker en liever ben ik er zelf niet bij.

Maar een dergelijke tijd druist tegen mijn gevoel in. Niet in de laatste plaats omdat ik ook van hele uren houd, dus liever: 12.00u of bijvoorbeeld 19.00u.

U hoort, ik heb eigenlijk nogal wat wensen op dat gebied, en nu blijkt dat ik daar zelf verder weinig in te kiezen heb.

Da’s best een domper. En juist dat soort emoties brengen je sneller bij je einde, heb ik begrepen. Veel sneller dan roken.

Na wat informeren is mij ook gebleken dat alternatieve methoden, zoals heilig geloven in iets en/of vet eten, ook geen garanties geven omtrent het tijdstip van het gebeuren.

Verder krijgt je gedachten en wensen daarover notarieel vastleggen pas enig zin als blijkt dat je ondraaglijk lijdt, terwijl je er dan juist misschien anders over gaat denken, maar je vaak niet begrepen wordt omdat de hersens, en dat geldt ook voor niet-rokers overigens, tegen die tijd gaan schiften en jouw mening veelvuldig door anderen verwoord blijkt te worden om het beste met je voor te hebben.

Nu ja, het zal dan net zo zijn als geboren worden, ook daar valt weinig te kiezen, in eerste instantie. En dan mag je verdorie hopen dat je onbewust een juiste ligging hebt aangenomen zodat tenminste je ogen als eerste naar buiten steken, je de gelegenheid gevend om alvast toch te proberen – ondanks nauwelijks ontwikkelde, of niet ter zake doende vaardigheden zoals zuigen – zaken naar je handjes te zetten.

Telkens als de dokter mij wijst op mijn ongezonde voorkeur krijg ik nu, in tegenstelling tot eerder, ook nog te horen dat ik mijn omgeving ermee schaad en wanneer ik daar tegenin breng dat overbevolking wel degelijk een ernstig probleem vormt wuift hij dat weg met de woorden: ‘maar het zou een geweldige overwinning op uzelf zijn, meneer.’

Hoewel hij mij probeert te helpen weet ik niet eens wat hij met die woorden bedoelt.

‘En,’ voegt hij eraan toe, ‘u wilt toch wel gedekt blijven.’

Verbaasd kijk ik hem aan.

‘Door uw verzekering die naar ik vrees een steeds dikkere vinger in uw gat- uh- ik bedoel pap zal roeren.’

Daarom is het beter dat slechts weinigen weten van mijn elektrische knobbel, jawel.

Dus met behulp van internet en wat boerenverstand heb ik mijn digitale wekkerradio dusdanig aangepast dat ik door slechts de juiste tijd – door velen gebruikt om gewekt te worden – in te toetsen en de twee draden die nu uit het binnenste van het apparaat steken aan weerszijden van mijn hoofd te bevestigen, zelf kan kiezen wanneer er tweetwintig dwars door mijn hersenkwabben gebliksemd wordt.

En dat geeft, hoe je het wendt of keert, toch een stukje rust. Misschien zal ik het apparaat nooit gebruiken, omdat ik nog niet heb uitgezocht hoe een dergelijke burgerbemoeienis juridisch in elkaar steekt en ik wel wil dat mijn naaste familie nog iets aan mijn erfenis heeft, maar dat zal de toekomst leren.