Sport is moord?

Hardlopend sloof ik mij tegenwoordig regelmatig uit, om zo veel mogelijk kilometertjes in een zo kort mogelijke tijd te lopen. Ik zie mijn vrienden denken:  “Wat bezielt haar?”

Het was simpel, plotseling keken mijn nog splinternieuwe hardloopschoenen (1 jaar geleden gekocht) steeds opnieuw uitnodigend mijn kant op.   

Nee, ik liet me niet zomaar overhalen. Waarom zou ik als een dwaas rondjes lopen om uiteindelijk, volledig vermoeid en nat van het zweet, weer thuis aan te komen? En wie heeft trouwens bedacht, dat je dat ook nog leuk moet vinden?   

Enkel en alleen de aanmoedigende oogopslag van mijn sportschoenen, was niet voldoende om mij te overtuigen.

Evenzeer verwijs ik naar mijn traumatische ervaringen met eerdere hardloop-pogingen, zoals volledige uitputting en drie dagen pijn in spieren, waarvan je voorheen niet eens wist dat je ze hebt. Dergelijke bijwerkingen zijn niet zomaar vergeven. 

Toen mijn echtgenoot echter steeds frequenter begon te pronken met zijn toffe resultaten inzake de afstanden, welke hij regelmatig rennend voltooide, kwam bij mij de ommekeer. Alle neveneffecten trotserend, kwam ik in opstand.

Ooit had ik gehoord van fijne endorfine in ons brein, die vrij komen nadat je alle omschreven ongemakken hebt doorstaan. Je weet wel, chemische stofjes die worden geproduceerd door klieren in ons lichaam. Ze onderdrukken pijn en veroorzaken gevoelens van geluk en blijdschap……zeggen ze. Ik wilde ze hebben die endorfientjes en het verlangen dat je lichaam dwingt om te rennen. Ik wilde het absolute “runner’s high” ervaren. Door raadselachtige prikkels gedreven sprintte ik naar de eerste de beste sportwinkel om even later, trots met een flitsend set nieuwe hardloopkleren, weer thuis te arriveren.

Zelfs het weer wilde geen spelbreker zijn. De winter had zijn kans gemist en het zonnetje duldde geen tegenspraak. Sindsdien maak ik in mijn hippe jogging outfit de buurt onveilig. Niets houdt mij tegen, al heb ik na een aantal kilometers soms nog wel zin, om via de kortste route mijn weg naar huis te zoeken.

Wandelaars passeer ik met opgeheven hoofd en een glimlach. Vermoeid valt deze een paar stappen verder weer uit de plooi, maar de vanuit mijn ooghoek opgevangen blik van waardering is binnen en mijn dag kan niet meer stuk.  

Als dan mijn powersong verstomt, die via mijn koptelefoon mijn hersenen binnen dringt, weet ik dat ik er bijna ben. “9 kilometers, 1 kilometer to go” meldt de stem van mijn intelligente hardloopsoftware zich te woord: “Keep on pushing, your goal is in sight”! Ik bijt op mijn tanden en haal de laatste kilometer met het volledige pakket ongerieflijkheden. Pas onder de douche worden die vergezeld van een paar endorfientjes, waarvan ik hoop dat deze zich in toekomst nog zullen vermenigvuldigen.  

Eenmaal beneden plof ik met stijve spieren en een wankel gevoel in mijn knieën op de bank. Hunkerend naar beloning stuur ik mijn zoon een sms’je: “10 kilometer, 1 uur en 7 minuten (wij begrijpen elkaar)”! Mijn honorarium laat niet lang op zich wachten. Enkele seconden later ontvang ik een overvloed aan complimenten, die mijn algehele conditie onmiddellijk ten goede komt. Op de vraag hoe ik me voel, antwoordt ik: “Topfit, geen centje pijn!!!”