Een blaadje vol gekrast met rode lijnen, krullen zweverige inktslierten en onleesbaar handschrift. Het is een doodgewoon fenomeen voor hen die nog fysiek of mentaal in de donkere afgrond van het onderwijs zitten: het toetsblaadje. Waar de student eerst uren heeft zitten zweten, veelal wensend dat deze doodsstrijd snel voorbijgaat en biddend bij iedere inktvlek die hij toevoegt aan zijn werk, enkel om te worden gemutileerd door een betweter met een rode pen. Die verboden kleur rood die verstopt moet blijven, achtergelaten in de etui en ten strengste verboden tussen het begin van de toets en de teruggave ook maar éénmaal te verschijnen. En dat ie verschijnt wil iedere student dan ook liever niet, maar slechts enkele nolifers hebben dan ook daadwerkelijk het geluk dit te kunnen ontwijken. Voor de rest van ons is het weer zover, het oude liedje: kan de 5,5 nog gehaald worden? Dan toch maar de herkansing? Of heeft het leven dan toch gewoon geen zin meer en kunnen we ons beter gelijk met z’n allen van het schoolgebouw flikkeren? Zou nog een unieke examenstunt kunnen zijn.

Hoe het ook zij, het moment komt eraan, is in mijn geval zowaar al gekomen, en de slachtpartij is weer van hoog niveau. Het laatste sprankeltje hoop voor een toekomst is uit mijn lichaam gerukt en ik mag, voor de zoveelste keer, na de eerste toetsweek weer met de studentendepressie gaan zitten. Voor wie de term niet kent – wat er hopelijk veel zijn gezien ik hem net zelf zo heb bedacht in het licht van mijn tijdelijk toch al verschrikkelijk bestaan – studentendepressie is kort samengevat het idee dat studenten krijgen na een eerste, geflopte toetsweek waarbij iedere vorm van hoop en geluk door een cijfer onder de vier worden weggezogen en, met extra toeslag, retour worden gezonden aan je brein om te ruilen voor een verse dosis wanhoop. ‘Het leven is kut’, ‘ik wil niet meer’, ‘Houdt dit dan nooit een keer op?’ zijn allemaal kreten die op dat punt centraal staan in de vocabulaire van menig student.

Wat heeft deze lading negativiteit te betekenen vraagt u? Wel, dit komt van een student in de situatie zoals daarjuist door mij geschetst. Het huilen staat mij nader dan het lachen, drugs beginnen toch wel een goed idee te lijken en in mijn gedachten zie ik menig universiteit zijn deuren al voor me dicht slaan. Kortom: depressief, gedemotiveerd en ik zoek mijn dronkenschap in het schrijven om mijzelf toch te bewijzen dat ik nog iets kan. Waar een ander via facebook zijn hart lucht (heb ik, deels, ook gedaan) stort ik mijzelf in het column schrijven met het idee dat pessimisme toch ook humorreus kan zijn. Mijn gloeilampje knippert al wel een beetje, maar het is te laat om terug te trekken. De wereld moet me nemen zoals ik ben en als dat een groot arsenaal wat kutideeën is dan moet dat maar.

Ik schrijf deze lap tekst op de vooravond van mijn volgende toets in de serie, Nederlands, waarbij mijn voorgevoel mij verteld dat er iets fout zal gaan. D met een T verwisselen, de lerares verrassen met één r of in een golf van opwinding Wolkers toch iets té vulgair labelen en afzeiken. Nee, laat dat duidelijk zijn, ik ben van de ‘grote’ Nederlandse literatuur geen fan, maar ik moet sommige schrijvers nageven dat ze wel een mooie manier hadden om zich te uiten. Beetje heel erg plat en iedere student die op eenzelfde manier te werk gaat zou nog een rode-inkt-bloedend toetsblaadje terugkrijgen, maar toegegeven, het is een kunst én ze kwamen er mee weg. Waar de student strest en het leven net meer ziet zitten, ging de schrijver verder. Obscener, nog een schepje erbovenop en kijken hoe geshockeerd het publiek is. Niet genoeg? Doen we nog wat beter ons best in het volgende boek, het zal bijna een penthouse collage worden, maar we zullen ze wat laten beleven.

Weet je, misschien is het beter om met die instelling naar school te gaan en toetsen te maken. Niet als student, maar als een schrijver, die het werk niet aflevert voor iets, maar omdat het werk van hem is. Ik krijg toch wel weer een beetje zin in het leven, in de komende toetsen. Laat maar komen die essayvraag over Wolkers, maar hou de defibrillator bij de hand, ik ga een shock bezorgen en dat cijfer kan me niet schelen.