Ik weet niet wat het is met jongens. Met mannen in het algemeen, waarschijnlijk. Ik heb een mannengezien en verbaas me nog dagelijks over hun soort.

Geef toe, ze zijn een beetje vreemd. Een beetje vreemd, maar wel lekker. Lekker gek, lekker onbehouwen en lekker vies. Ze zitten raar in elkaar.

Ik begrijp ze niet altijd. Mijn gedachten gaan hoger dan die van hen, denk ik. Of andersom. Dat zou ook nog kunnen. Ze gebruiken bijvoorbeeld andere voorzetsels. In is opVieze sokken gaan niet in de wasmand, maar op de wasmand. Schone kleding ligt niet in de kast, maar op de grond. Ik ben niet gefrustreerd.

Aangezien ik zwaar in de minderheid ben – er eigenlijk zielsalleen voor sta – heb ik geen andere keus dan me neer te leggen bij mijn lot. Ik ben opzichter in een huis vol loslopend wild en schuifel keurig onderdanig een meter achter ze om het spoor van vernieling op te ruimen.

Toch zou ik niet anders willen. Ik ben vreselijk blij met mijn drie helden. Ik kan vol trots zeggen dat ik een Bavaria-man heb. Een ruige, ongeschoren man met een brede, hoekige kaaklijn en een kuiltje in zijn kin. De slordige rest neem ik graag op de koop toe.

Sporadisch erger ik me wel eens aan dat mannengedrag, maar mijn onzelfzuchtige liefde overstijgt dat onbehaaglijke gevoel en diep van binnen geniet ik er ook wel van.

Meestal dan. Gisteren viel het wat tegen. Mijn zoon kwam thuis van drie dagen schoolkamp en de inhoud van zijn tas was onherkenbaar veranderd.  Er lag bijvoorbeeld een klont doorweekte kleding langzaam weg te rotten.  Het stonk naar natte hond. Aangezien ik een lichte voorkeur heb voor andere levende wezens (understatement), draaide mijn maag zich om bij die lucht.  Met dichtgeknepen neus en oprispend maagzuur ging ik verder.

Ah, het lunchpakketje van dag 1. Nadere inspectie wees uit dat mutatie plaatsgevonden had. Ik had graag een foto laten zien, maar wie zit er te wachten op groen brood met beestjes?

Ook vond ik tussen al die halfvergane spullen allemaal ongeopende zakken snoep. Hij had groot ingekocht, maar blijkbaar niet meer gegeten dan een doosje Tic Tac. Eén puntje erbij.

En toen viel mijn oog op de tube tandpasta..

Ongeopend. Niet gebruikt. Drie dagen.

Wat hebben we voortgebracht?

Op zoek naar antwoorden vroeg ik hem waarom hij zijn tanden niet had gepoetst. Hij mompelde dat er geen wasbak was.

Geen wasbak. Yeah, right.

Conclusie:
Mannen zijn viespeuken. Langdurige blootstelling aan vrouwen kan echter leiden tot positieve gedragsverandering. Met strakke discipline en harde hand kunnen grote resultaten behaald worden op het hygiënische vlak, zoals het zelfstandig signaleren van fase 1 lichaamsvuil of een redelijke behendigheid in het verwijderen van haargroei op ongewenste plekken.

Dit gedrag houdt echter alleen stand mits er beloning c.q. afstraffing plaatsvindt. Zodra deze ontbreken, dan valt de man terug in oergedrag. Men dient weer van voor af aan te beginnen. Of je geeft het op.

Het zijn net hondjes.

Tandpasta en natte hond
Aantal stemmen:1 Gemiddeld: 5

luxelei

Als dromerige, onpraktische denker vind ik geloven in de gewone, dagelijkse praktijk van mijn leven soms een hele uitdaging. Daar schrijf ik over. En over bijziendheid, films en warrigheid.

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
TwitterFacebook