Als sinds dat ik klein ben, heb ik heimwee op vakantie. Heimwee naar mijn broer die thuis achterbleef, het huis en de vaste routines. Op vakantie leek alles thuis zo geweldig, waarom zaten we in godsnaam 2 weken in een snikhete caravan? There is no place like home.  Ik vind het zelf ook een onhebbelijkheid. Ik hoor zo vaak leuke verhalen over vakanties, zie mensen op tv luieren onder een dikke boom op een camping. Vaak bekruipt me een gevoel van: dat wil ik ook! Vlak daarna denk ik: nee, dat wil je niet, om vervolgens visioenen te krijgen van een huilende ik op een ligbed. Dat ligbed ligt immers toch niet zo lekker als onze eigen boxspring.

Een goede smoes om niet op vakantie te hoeven is ons pas aangeschafte huis.
‘Nee, een echte vakantie zit er niet in,’ hoor ik mezelf zeggen, ‘We moeten nog zoveel: kunststof kozijnen, zonnepanelen, een nieuwe fauteuil in de woonkamer.’
 ‘Oh jammer joh, nou, volgend jaar beter,’ zegt een vriendin meelijwekkend.
‘Ja,’ verzucht ik melodramatisch, ‘dan maar vakantie vieren in eigen tuin,’ zeg ik droevig. Van binnen juich ik, maar dat hoeft natuurlijk niemand te weten. Want het is natuurlijk wel heel raar als je niet van vakantie houdt. Ik heb weleens de fout gemaakt om het ronduit te zeggen: ik hou niet van vakantie. Je zou het gezicht van mijn gesprekspartner moeten zien: ogen worden groot en de verachting is van het gezicht te lezen. ‘Niet? Hoe kan dat nou? Een paar weken helemaal niks, heeeeerlijk!’ Tja, kennelijk bezit ik een gave die niet veel mensen hebben: niks doen kan ik ook prima thuis, heeeeerlijk.

Mijn man vraagt me wat we gaan doen op de dag dat we 12,5 jaar getrouwd zijn. Nou niks, gewoon, doen zoals altijd en ’s avonds Netflixen op de bank. ‘Hè nee, jij altijd! Het is toch bijzonder, ik wil die dag iets doen.’ Oké, om het huwelijk niet te laten klappen vóór onze koperen bruiloft, doe ik een voorstel. Waarom gaan we niet naar het hotel 500 meter verderop? Gelukkig vindt mijn wederhelft het een goed idee.

Op de dag zelf gaan we -bepakt en bezakt, maar zonder auto- naar het hotel. Omdat we er, zonder omweg, in twee minuten zouden zijn, laten we eerst de hond nog uitgebreid uit. Zo zijn we toch echt even weg. We eten lekker en hebben het gezellig. De kerktoren die ik altijd vanuit mijn keukenraam zie, zie ik nu vanaf de andere kant. Uit en toch thuis.

’s Nachts draai ik in bed. Het is warm op de hotelkamer en het dekbed ademt niet. Ik zweet peentjes. De hond snurkt, smakt en draait op zijn mat. Net als bij mensen, doet een por even wonderen, maar al snel begint het riedeltje van voren af aan.

Na het ontbijt vertrekken we weer. Na een omweg (we waren immers vér op vakantie) komen we thuis. Hondsmoe van de slechte nacht. We ploffen op de bank, mijn eigen bank, heeeerlijk!  Zie je wel, denk ik: There is no place like home.

 

noortvink

Ik ben Annemieke. Van jongs af aan houd ik van schrijven over alles wat mij bezighoudt, met een vleugje ironie en humor, omdat veel dingen daar leuker van worden.

Meer Columns van mij