Tja, het is echt waar… Ik ben een huisvrouw. Nee, ik schreeuw het niet van de daken, maar vandaag was toch echt zo’n dag.

Gisteren vertelde ik mijn Frank al wat ik vandaag allemaal wel niet moest doen. Wat een tegensprak, maar toch ook weer niet. Moest ik het allemaal wel of niet doen? Dat was de grote, spannende vraag voor vandaag. Uiteindelijk na het welbekende wikken en wegen (waarvan? Oh ja, de voors en tegens. Ook weer zo’n uitspraak!) besloot ik toch maar die dingen te doen waar de vrouw om bekend staat, tenminste, de vrouw van weleer, want tegenwoordig is het zeker niet helemaal meer vanzelfsprekend ook mannen moeten er aan geloven.

Nadat ik vandaag vrolijk en lustig de post verspreid had in het dorp, tot grote vreugde van mijn mede-dorpelingen, besloot ik als eerste dat witgoedmeubel eens te gaan voeden met de laatste ronde vuiligheid. Terwijl dat witte monster al schuimbekkend zijn taken uitvoerde greep ik naar het vuilbekdier, ook wel bekend als stofzuiger. Lustig zoog het dier er op los met mij in zijn kielzog. Alle hoeken van de kamer werden met een enorme zuigkracht aangevallen. Hele spinnenwebben ontkwamen de zuigende kracht niet en werden opgesloten in zijn steeds verder uitpuilende buik. Wat een honger had dat beest.
Tja, dat zou ook wel kunnen aangezien er zo lang niet meer naar hem omgekeken was. Zijn eten stapelde zich op en nu was het etenstijd.

Tussen alle bedrijven door beloonde ik deze huisvrouw met een heerlijke koele versnapering (ik ga geen merken noemen, maar zijn achternaam is Max…). Terwijl dit welverdiende goedje zich een weg baande via mijn slokdarm mijn lichaam in mocht ik ook even, ter ontspanning, een zwaar irritant, verslavend spelletje spelen op Gezichtboek (nee, ik noem geen namen). Enorm gefrustreerd nam ik afscheid van dit spel om het vocht meteen ook weer even snel af te voeren, want blijkbaar kan mijn blaas vandaag niet heel erg veel hebben.

Nu was het tijd om het witte monster te gaan controleren en te kijken of hij uitgeschuimbekt was en door het dolle heen was gedraaid. Ja, het was zo ver. Zijn twee-eiige tweelingbroer mocht zijn werk af gaan maken door met zijn hete adem alles in de nek te hijgen.

Mijn werk met het vuilbekdier was echter nog niet geheel voltooid en met lichte tegenzin greep ik hem weer bij zijn lurven om verder te gaan met het voeden. Hij kreeg er maar niet genoeg van, maar ik wel. Ik gaf hem een tik op zijn rug als teken dat hij genoeg gehad had voor vandaag en de rest van de week of weken.
Weer mocht ik als beloning dat zwaar irritante spel gaan doen, maar daar trapte ik niet in dus ging ik maar schrijven. Tja, ook al zo’n verslaving.

Na mijn andere verslaving gevoed te hebben ging ik de twee broertjes opzoeken om hen ook nog te introduceren aan een heet hangijzer die samen kwam met zijn grote broer op hoge poten. Naarstig werd al het goed (nou, zo goed vind ik het niet) met stoom uit de oren in alle hitte betast. Stuk voor stuk gingen ze door mijn handen om ze vervolgens op te sluiten met strakke vouw.
Weer een klus geklaard. Nu was het weer tijd voor wat letters en nog meer letters en letters en letters. Door mij tussen de letters te verschuilen kon ik het huisvrouw zijn ver weg stoppen om vervolgens tussen al die letters weer tevoorschijn te komen.

Het leed is geleden. Vandaag was iets geschied dat ik graag weer wil vergeten en verbergen om misschien over een week nog een keer tevoorschijn te toveren, mits ik mijn toverstaf kan vinden. Die is namelijk erg vaak zoek tot mijn vreugde.

Tja, het is niet anders… Ik ben een huisvrouw tussen de letters en bedrijven door. Ik ontkom er helaas nog niet aan, maar wie weet in de verre toekomst, later als ik groot en rijk ben, kan ik daar iemand voor gaan betalen die zich dan helemaal kan uitleven  met mijn vuilbekdier, de witte broertjes en het heet hangijzer.