Broeken die niet meer passen, flubbers over de broekrand, kwabjes op de armen, vette benen.. en zo kan ik nog wel even doorgaan. Aankomen. Gadverdamme. Wat heb ik daar een hekel aan. En toch ben ik de afgelopen periode een flinke hoeveelheid aangekomen. De reden hiervoor? Eeetbuien. Verschrikkelijke rot eetbuien. Ook al moest ik aankomen, ik wilde het niet. maar de eetbuien hebben ervoor gezorgd dat ik erg veel en snel aankwam. Maar gister lag ik te woelen in mijn bed. Ik nam een beslissing, krachtig en sterker dan ik hiervoor tegen mezelf sprak. Ik ga weer afvallen. Terug naar die 1400 kcal per dag, en in ieder geval weer twee kilo eraf, zodat net die bubbeltjes en flubbetjes minder zijn. Ik ga het doen. Dat zei ik tegen mezelf, en voor de verandering zit deze spreuk ‘sochtends vroeg nog steeds in mijn hoofd. Ik kan dit. Ik heb het immers al een keer gedaan, bewezen dat ik het kan. En nu ga ik het opnieuw bewijzen. Aan mezelf. Dit keer niet meer helemaal tot het gaatje, maar gewoon twee kilo. Terwijl ik dit typ, voel ik mijn lovehandles tegen de stoel aandrukken, en bedenk me hoe blij ik zal zijn als ik iets ben afgevallen, en de eetbuien van de afgelopen dagen heb ‘hersteld’. Tegelijkertijd hoor ik een ander stemmetje, die me erop wijst dat afvallen niet het antwoord is. Dat je hierdoor de kans loopt op nog meer eetbuien, en dat je gewicht nu gezond is. Het vertelt me dat ik van mijn eetstoornis af wil, dat ik wil gaan léven. De afgelopen tijd lukte het me steeds beter om naar de tweede te luisteren, de wijze. Maar dit keer voel ik dat de eerste overheerst. Enerzijds wil ik mezelf straffen voor de eetbuien, en de overtollige kilo’s die ik aangekomen ben te compenseren. Anderzijds weet ik dat ik de eetbuien onder controle kan krijgen, ik heb ook dit namelijk eerder gedaan. Dit lukt beter als ik me stort op het anorectische gedeelte van mijn eetstoornis. De adrenaline, de rush, blijheid.. het voelt zo goed om af te vallen. Weinig te eten en met honger naar bed. Een lager getal op de weegschaal. Ik kan niet wachten. Ja, ik voel dit keer aan me hele wezen dat het eerste stemmetje overheerst.