In 1961 kwamen de eerste officiële gastarbeiders naar Nederland. Ze werden met open armen ontvangen. In de jaren 80 wilde men liever van de gastarbeiders af. Tenslotte waren ze hier maar tijdelijk en het werd tijd dat ze weer terug gingen naar het land van herkomst.

In 1950 kwamen ongeveer 12.500 mensen vanuit de Molukken naar Nederland. Op de vlucht voor de wraak van het Indonesische leger. Het was een “tijdelijke” oplossing. Het merendeel van de vaders van de gezinnen had gevochten aan de kant van Nederland. Ze waren dus beroepsmilitair. Bij aankomst in Nederland kregen deze vaders te horen dat ze uit de militaire dienst waren ontslagen. Bedankt en zoek het maar uit. De eerste jaren woonden de “Ambonezen”, zoals ze toen meestal genoemd werden, in  centrale woonoorden, waaronder de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught. Doelbewust werden de Molukkers buiten de Nederlandse samenleving gehouden. Ze mochten ook niet werken, want ze gingen immers weer terug. Al snel werd toch het onvermijdelijke duidelijk, Nederland zou ze niet terug naar de Molukken brengen. Ik kan me echter niet voorstellen dat er veel mensen bij waren die het gevoel hadden dat ze welkom waren in Nederland.

Vanaf 1980 kwamen de eerste bootvluchtelingen in het nieuws. Ze kwamen uit Vietnam. Op de vlucht omdat hun leven gevaar liep. De enige kans die ze hadden was de zee op en hopen. Hopen dat ze een Westers schip tegen zouden komen. Vaak gebeurde dat ook, maar liet zo’n Westers schip ze gewoon dobberen. En daarmee sterven. De bootvluchtelingen die het wel redden, gingen naar verschillende landen in Europa. Nederland kreeg 18.441 vluchtelingen van Vietnamese komaf. Die mensen werden bespot, genegeerd en uitgescholden. Oh, wat was Nederland massaal verontwaardigd over de hulp die gegeven werd. “Oprotten met die spleetogen. Ze stinken naar loempia’s, ze zijn vies, het zijn misdadigers” Dat was zo’n beetje de toon. Er zullen niet veel Vietnamezen zijn die het gevoel hadden dat ze welkom waren.

In de jaren negentig is discriminatie net zo normaal als ademhalen. “U draagt een hoofddoek? Sorry, maar dan hebben wij in ons bedrijf geen plaats voor u”. Heel normaal en niemand die het raar vond of zich opwond. Behalve dan de mevrouw met de hoofddoek naar ik aanneem. Nog steeds ziet Nederland de buitenlanders liever gaan dan komen. Uit een in 1997 gehouden enquête blijkt dat ruim 80% van de Nederlanders geen traan zou laten als allochtonen verplicht werden om terug te keren naar het land van herkomst.

Op 11 september 2001 vliegen twee vliegtuigen het WTC in New York binnen. De hele wereld haat spontaan alles wat moslim is. Op 2 november 2004 wordt Theo van Gogh vermoord door Mohammed B. die eigenlijk Bouyeri heet. Nederland ontploft, is verontwaardigd en de kreet “alle buitenlanders opgerot” ligt bij een ieder op zijn of haar lippen. Eind 2007 start de financiële crisis. De werkeloosheid stijgt naar historische hoogte. De roep om buitenlanders het land uit te sturen en de grenzen te sluiten wordt luider en luider.

Op 24 december 2005 vertrok vanuit de jachthaven van Praía, op het Kaapverdische eiland Santiago, een boot met 52 passagiers aan boord, op weg naar de Canarische Eilanden, Spanje. Vier maanden later, op 29 april 2006, werd de boot teruggevonden voor de kust van Barbados, drieduizend kilometer uit koers, met nog slechts elf, door de zeewind gemummificeerde, lijken aan boord. Niemand van de passagiers overleefde de tocht. Twee opvarenden van het dodenschip hadden een boodschap achtergelaten, vergezeld door wat geld. “Ik kom uit Senegal maar ik heb een jaar op de Kaapverdische eilanden gewoond. Het gaat slecht. Ik denk niet dat ik dit overleef”, schreef Diaw Sounkar Diemi. “Ik wil aan degene die dit vindt vragen dit geld naar mijn familie te sturen.” De andere brief, niet ondertekend, bevatte hetzelfde verzoek en besloot: “Vergeef me en vaarwel. Dit is het eind van mijn leven in deze grote Marokkaanse zee.”

Duizenden mensen zijn sinds die datum op de vlucht vanuit Senegal en wagen de gok om via het Afrikaanse vasteland, vaak vanuit Marokko, naar de Canarische Eilanden te varen. Naar Spanje, Naar Europa. Meer dan 40% zal de tocht niet overleven. De mensen die het wel redden worden niet welkom geheten. Krijgen geen kleding, fietsen, huizen, geld. eten. Nee, ze worden opgepakt en als de mogelijkheid daar is, teruggeschopt naar het land van herkomst. Niemand die er wat van zegt. Niemand die protesteert.

Het is 2015. Zodra men nog maar het vermoeden heeft dat je vluchteling bent, wordt je welkom geheten. Ongeacht wat je komt uitspoken. Je wordt volgepropt met afdankertjes, krijgt gratis onderdak en nog wat geld op de koop toe. Niemand die zegt dat de buitenlanders op moeten rotten. Het is bijna een hype om een vluchteling in huis te nemen. “Heb jij nog geen vluchteling in huis? Joh, dan hoor je er niet meer bij heur”. Als je ook maar iets zegt wat niet lijkt op “jullie zijn welkom” ben je ineens een racist. Laat staan dat je zegt dat alle buitenlanders het land uit moeten, de grenzen gesloten moeten worden en de vluchtelingen beschuldigd van crimineel gedrag. Gek, ik dacht altijd dat niets zo veranderlijk was als het weer. Maar de mens kan er ook wat van.

Zotteklap