Samen met mijn medewerker, meneer Froc zit ik in de auto, op weg naar een klus voor mijn onderzoeksbureau. In dit geval, praten met een informant. Het is een informant van meneer Froc, dus houd ik mijn hart vast. ‘Is die informant van jou een beetje te vertrouwen, meneer Froc?’ ‘Zeker, meneer Paco. De man is geheel bekeerd in de Here. Hij heeft God gevonden in de gevangenis.’ ‘Meen je dat nou, meneer Froc? Zat God daar dan ook vast?’
Meneer Froc zwijgt ontstemd. Gevoel voor humor is iets wat hij kent van horen zeggen.

Na een uurtje rijden komen wij in een heuvelachtig gebied. De huizen lijken zoals overal op blokkendozen en ik vraag mij af of ze hier altijd gestaan hebben of dat ze met een modderstroom van een heuvel zijn afgespoeld. Veel verschil zou dat namelijk niet maken. Dan rijden wij door een winkelstraat. Meneer Froc stelt voor iets te gaan eten en ik stel een portie oesters voor. Meneer Froc kijkt bedenkelijk. ‘Hoeveel zitten er in een portie,’ vraagt hij benauwd.
‘Twaalf, meneer Froc. Wat mankeert er aan? Lust je geen oesters?’ ‘Jawel, maar oesters schijnen lustopwekkend te zijn en ik heb mijn vriend voor straf op twee dagen onthouding gezet, dus.’ ‘Lustopwekkend? Wat een onzin. Ik heb er vorige week nog twaalf gegeten en maar elf ervan werkten.’
Meneer Froc kijkt geschokt.
‘Geintje, meneer Froc.’

Even later zitten wij toch in het restaurant. Tot mijn spijt overigens want het is zo’n over het paard getilde tent met een Franse naam die ook nog verkeerd gespeld is. De ober komt met een kaart en schenkt de door mij bestelde wijn in. Kennelijk is het de bedoeling dat ik proef. In plaats daarvan houd ik het glas tegen het kaarslicht en zeg: ‘mooie kraag’
‘Watte?? Mooie wat??,’ vraagt de ober in de war omdat ik niet mee wil werken aan zijn ritueel.
‘Mooie Manchet?’, vraag ik treiterig Hij slaat zijn ogen ten hemel. Helaas staan er, gelukkig voor meneer Froc, geen oesters op het menu. Dus bestel ik een broodje bal. De ober kijkt mij aan. Als blikken konden doden. Na de maaltijd zet de ober koffie voor ons neer en ik vraag of ik vòòr moet proeven. Hij gaat er niet op in dus neem ik een slokje: ‘neem maar weer mee, Henk, volgens mij heeft er een dooie muis in je koffiezetapparaat rondgedobberd. Tenminste, zo smaakt het.’
‘Ik heet overigens Jean-Michel,’ zegt hij pruilerig.  Dan hautain: ‘Meneer heeft ervaring met muizen in koffieapparaten?’
‘Jazeker,’ doet meneer Froc een duit in het zakje. ‘Bij meneer Paco thuis smaakt de koffie inderdaad altijd zo.’
Ik kijk meneer Froc waarschuwend aan en fluister iets over loonsverlagingmaatregelen.

Uiteindelijk krijgen wij de rekening en Jean-Michel vraagt, ‘ Creditcard? Pinnen? Contant? Hoe gaan de heren de rekening vereffenen?’
‘Wat dacht je van een duel?,’ vraag ik ontspannen.

Later komt de informant niet opduiken en nog weer later blijkt hij weer in de nor te zitten. Redelijk pissig stappen wij weer in de auto waarna meneer Froc een cd aanzet. Het lijkt een zanger te zijn. Tenminste er komt iets uit wat in de verte op zingen lijkt.
‘Geestige dag, meneer Froc. Vind je ook niet? Moeten we vaker doen. Nemen we wel broodjes mee want de rekening van die Franse slakkentent leek Goddomme wel op een postcode..