medicijnen

Bij sommige mensen bestaat er toch nog wel een vooroordeel tegen jongeren. Zij zijn onbesuisd, onbezonnen, hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel. Nu is dat gelukkig ook het voorrecht van jong zijn. Als het goed is, hebben we dat allemaal ervaren.

In het ziekenhuis waar mijn schoonvader lag, werd hij verzorgd door een grote schare aan verpleegkundigen. Zij waren allemaal van een verschillende leeftijd. En van verschillende afkomst. Maar allemaal toegewijd aan hun taak.

Iedere avond kwam er weer een andere dame de kamer binnen. Met een karretje vol, voor mijn schoonvader onbegrijpelijke, apparaten. Het was weer tijd voor de controles. Hij leerde het ritueel goed kennen. Net als de verpleegkundigen. Er was altijd tijd voor een grapje.

Schoonvader begroette de verpleegkundigen altijd met een lach. Hij was niet de moeilijkste patiënt.

De jonge meisjes liepen hun benen onder zich vandaan. Niets was teveel, als pa nog niet zover was, kwamen ze gewoon over tien minuten weer terug. Als hij graag iets anders wilde, was dat vrijwel altijd mogelijk.

Toch vreemd dat de enige verpleegsters die hem wat norser benaderden, al van middelbare leeftijd waren. Misschien hadden zij in hun werkzame leven al teveel lastige patiënten gezien. Waren zij moe door de lange werktijden en hoge werkdruk, wie zal het zeggen. Mijn schoonvader behandelde ook hen met hetzelfde respect als de anderen. Wij vonden het alleen lastig om te zien dat dit niet wederzijds was. Natuurlijk zeiden we er niets van. Pa werd goed verzorgd en wellicht zou hij het anders zelf moeten bezuren. Je wist maar nooit.

De enige keer dat mijn lief zich niet kon inhouden, was toen een van de dames de medicijnen van pa op de grond liet vallen. Zij raapte de pillen op, veegde ze wat af aan haar uniform en deed ze terug in het plastic pillenbekertje. Nu voelde hij toch de noodzaak om in te grijpen. Als pa de gang op ging, kreeg hij een mondkapje voor. En deze dame wilde hem van de vloer laten eten. Ze reageerde onwillig op zijn vraag of dit niet anders kon. “Nou, dan breng ik zo wel nieuwe.” Pa reageerde opgelucht. Zijn gestel is al niet zo stevig, stel dat er nog ergens een bacterie mee naar binnen sluipt. Ik denk dat hij het zelf niet goed had durven zeggen.

Natuurlijk waren ze niet allemaal zo. Er waren ook verplegenden die niet meer piep waren maar wel heel vriendelijk. Het viel ons alleen maar op. Het komt wel goed met “de jeugd”.

 

 

 

 

 

 

Van de grond eten….
Stem op deze column!

Machteld

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
Delicious