Eergisteren 3 uur in een Dojo gestaan waarbij Sam van 7, in volle overtuiging en met passie boven op mijn enkel is gaan staan. Om daarna netjes af te groeten en op z’n Sam’s: Ush te roepen.

Dus lig je ’s-Nachts op je matras, en voel je iets groeien onder het dekbed. Inderdaad, een enkel met een warme, erotisch uitstraling naar een knie.

Enfin, eerst maar een peuk om daarna op zoek te gaan maar de Action verbanddoos, die nagenoeg leeg blijkt te zijn. Dan maar de blokjes ijs die eigenlijk voor de Baco’s zijn bestemd, in een theedoek wikkelen. Verbinden heet dit, en dat heb ik de afgeslopen jaren steeds vaker moeten doen.

Slapen gaat effe niet meer, dus de pc op on gezet. Van der Laan is niet meer.

Verbinder pur sang, heeft het tijdelijke verruild voor het eeuwige. Nonderjuu, als er één bestuurder was die ik bewonderde, was het wel deze mede-roker van me.

Het wordt nog een klus voor de overige Amsterdamse bestuurders, om een andere verbinder te vinden, in deze rumoerige tijden.

Ik denk dat het verbonden met elkaar zijn en voelen, veel van de argwaan en boosheid weg neemt binnen de gehele samenleving. Kunnen verbinden is een kunst met mystieke krachten en een grote dosis anonimiteit, als grootste beloning voor de verbinder.

Effe nog een peuk. Zeven keer lees ik dat diverse dames en heren van de Politie te grazen genomen zijn door lieden die onder invloed waren van het e.o.a. Of omdat het gewoon is, om een politieman/vrouw op zijn plaat te slaan!

En in plaats van begrip, lees ik de hoon die over hen komt van het lezend publiek wat schijnbaar ook niet kan slapen. Watjes, te laat komen, wordt toch een taakstraf, jullie mogen en kunnen niks -en meer van het anonieme zijlijn geblèr.

Maar ik weet dat de doorsnee hulpverlener in essentie een verbinder is, maar niet als zodanig gezien wordt. Nee, meer als bemoeizuchtig, hoogste irritant, betweter en als gedaante voor de eigen, onopgeloste problematiek.

Hé. Van de week krijg een bekeuring binnen omdat ik met mijn Peugeot Partnertje ’s-Avonds om elf uur, “per abuis“ door rood heen ben gereden. En of ik dan baal. Maar of het genoeg is om de eerste beste keer mijn middelvinger naar het blauw op straat, op te steken? Of dat ik het leuk vindt om uit het niets, een “blauwe” oogkas te willen breken, te bespugen of een kopstoot uit te delen? Denk het niet, en weet zeker van niet.

Ik kijk naar beneden. Dat is een dikke die ik daar zie. Een Sammetje, zal ik maar zeggen.

En wat denkt u? Vanavond sta ik weer in de Dojo. Van 20.00 tot en met 21.00 sta ik met plezier en toewijding, jonge mensen met elkaar te verbinden. Met hun sport en de daarbij behorende rituelen.

Gelukkig is Sam er niet bij maar, en ik ben op mijn hoede, loopt er een zekere vrouwelijke Merel in het rond van een jaar of vijftien. Dat is diegene die verantwoordelijk was voor een enorm ei, op mijn andere knie!

Verbinden eist altijd zijn tol. Eberhard, het ga je goed. Ik heb je ooit als jonge kerel een hand mogen geven. We zien mekaar, ik weet het zeker. Rookse, en proost. Dat doen verbinders namelijk! Ush.

Verbinden.
Stem op deze column!