Laatst was ik in Barcelona. De mooiste stad die ik ken. En ik ken de stad al mijn hele leven. Mijn ouders namen mij als kind al mee, later ben ik steeds teruggegaan. De sfeer van de stad, de vele gezichten die zij kent, de stad had mij al op jonge leeftijd liefdevol gegrepen. Het was zeven jaar geleden dat ik de stad voor het laatst gezien had, hoog tijd dus om terug te keren in haar schoot. In zeven jaren kan er in een leven veel veranderen. Zowel positief als negatief, vooruit of achteruit – dat is aan het oordeel van de betrokkene zelf. In het geval van Barcelona had ik natuurlijk ook al gehoord, gelezen en gezien dat de economische crisis Spanje in de greep houdt. Wij, hier in Nederland, menen ook in een crisis te verkeren. Dus dacht ik dat ik wist wat mij te wachten stond.

Hoe schrijnend dan toch te moeten zien en ervaren wat ‘crisis’ betekent in een land waar de sociale voorzieningen niet vanzelfsprekend zijn. Waar verlies van inkomen vrijwel direct verlies van huis en haard betekent. Overal, maar dan ook overal, handen die vragen om geld. Overal bedelaars. Ik kende de bedelende zigeuners al uit mijn jeugdherinnering. Zij bevolkten ook toen al de toegangstreden tot de kathedraal en alle kerken, zij hadden ook toen al verminkte lichamen en vingerloze handen of hongerende kinderen met holle ogen. Vreemd genoeg ben ik daar als het ware immuun voor geworden.

Hoe schrijnend ook dan te worden aangesproken door een jongedame die langs de tafels van ons zonovergoten terras struint, met een kleurrijk (zo te zien zelf geknutseld) doosje in haar hand. Erop geschreven: TE KOOP. GELUKWENSEN. (Uiteraard in het Spaans) Ze verkocht gelukwensen, positief bedoelde zinnen voor een paar centen. Ik vroeg haar waarom ze dit deed, en haar antwoord was: ‘ik ben werkloos, kapster en kan geen werk vinden. Ik moet overleven.’ Gezien het overmatig grote aantal Marokkaanse kapsalons in Barcelona, waarvan ik vermoedde dat zij zich in de laatste zeven jaar op magische wijze hadden weten te vermenigvuldigen, kon ik me er iets bij voorstellen. In deze kapsalons werd je als vrouw niet aangenomen. En de kappersmarkt was duidelijk dichtbevolkt met spotgoedkope Arabische kappers.

Een ander moment maakte ik kennis met een barmedewerker die uit Italië was ‘gevlucht’, zo waren zijn woorden. Vanwege gebrek aan inkomen in Italië naar Spanje gekomen, een baan gevonden als barbeheerder. Maar nu ten einde raad: al maanden fulltime gewerkt tegen een parttime salaris. Zijn rijke baas betaalde gewoonweg niet meer dan de helft, en er was geen instantie om op terug te vallen of wat dan ook. In Barcelona is een baan hebben, een baan houden tegenwoordig dus dan maar doorploeteren tegen (te) weinig inkomen. Dezelfde man bood een zwerver een biertje aan. Dit bleek een vriend uit Italië te zijn, een steigerbouwer. Hetzelfde verhaal, leek het.. maar nee.

Deze man koos er voor op straat te leven. Hij had zich er bij neergelegd dat een regulier leven, met inkomen, huis, vrouw en kind, er voor hem in dit leven niet in zit. Hij was grieperig, zei hij, en op zoek naar een plek om te slapen. Ik bood hem een sinaasappel en een appel aan, die ik (geheel tegen mijn gewoonte in) in mijn handtas meegedragen had. Nee, hij wilde geen fruit. Geld, wilde hij. Het was mij niet duidelijk waar hij dat geld voor zou gaan gebruiken. Drugs? Eten? Een overnachtingsplek met douche?

Een uitstapje met de trein, even weg uit Barcelona. Het achterland in, voorbij de bergen. Ik zat nog niet op mijn gemak of er kwam een man de coupé binnen die op elke bank een pakje papieren zakdoekjes en een briefje neerlegde. Daarop het lijdensverhaal: vader van drie kinderen, zonder werk, zieke vrouw heeft dringend operatie nodig – en hij dus geld. Excuses roepend deelde hij de zakdoekjes uit. En even later kwam hij ze onverrichter zake ook weer ophalen.

Op iedere hoek, maar dan ook werkelijk iedere hoek van de straat in de mij zo dierbare stad stonden minimaal vier verkopers op me te wachten. Blikjes cola, koud bier, ze fluisterden me toe dat ze daarnaast wiet en cocaïne in de aanbieding hadden. De wietgeur was sowieso omnipresent in de stad. Ongelooflijk, ik heb er meer wiet geroken dan tijdens mijn laatste bezoek aan Amsterdam in mei van dit jaar. Er wordt volop gelurkt aan pretsigaretten in Barcelona. De levende standbeelden die ik elke keer weer bewonderend bekeek op de Ramblas zijn verdwenen, vervangen door een massa verslaafde hoertjes en pooiers.

Het weer nodigde uit tot een middag pauze. Eén van de vele gezichten van Barcelona: haar strand. Genieten van zon, zee en rust. Toch niet. Voortdurend liepen er verkopers om mij heen die mij uiteenlopende zaken aanboden: mojito’s, massages, kokosnoten, zonnebrillen. Ik had graag even willen genieten van wat rust en stilte maar dat was gewoonweg onmogelijk. Continu werd er in mijn oor iets geroepen, en ik mompelde een ‘no,no’ bij voortduring.

Spanje is nog steeds mijn favoriete land, Barcelona heeft nog steeds een plek in mijn hart. Maar ik voel medelijden met haar. De stad heeft haar mooie gezicht verloren en de noodkreten van haar verpauperende bevolking overschreeuwen de schoonheid die stil in de stad aanwezig is. Ik ben verdrietig van haar geworden. Verdrietig omdat ik heb moeten zien wat een crisis betekent als de regering geen maatregelen kent en haar bevolking niets te bieden heeft. De volgende keer als u denkt dat Nederland in een crisis verkeert, haal dan eerst eens diep adem. Heel diep.

Die avond voetbalden de helden in Camp Nou. Hun salarissen stegen ver uit boven de stad. Pijnlijk, te zien hoe de bedelaar hun overwinning vierde. Surrealisme in de 21ste eeuw, gevangen in een voetbalzege.

Verdriet om Barcelona
Aantal stemmen:6 Gemiddeld: 5
Lizette Colaris

Lizette Colaris

Slimme meid die op haar toekomst was voorbereid maar zich nu dagelijks verwonderd realiseert dat die toekomst net even anders geworden is dan ze vooraf had kunnen bedenken..

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
Twitter