De mens en zijn rituelen. Manieren om het leven vorm te geven. Dingen die we doen om te zorgen dat we de dag kunnen beginnen. Elkaar opvolgende vaste patronen voordat we de deur uit zijn. Koffie, sigaret, boterhammen smeren, poepen, douchen, afdrogen, half aankleden, nog een slok koffie, tanden poetsen, verder aankleden, gezichtscrème smeren, schoenen, jas, tas, weg, Amen. De zelf gecreëerde voorspelbaarheid. Voorspelbaarheid. Rust. Totdat je bij de auto komt en de accu leeg blijkt te zijn. Of totdat je wekker een uur later zijn werk doet, dan wat je de nacht ervoor met hem afgesproken had. Of totdat je onder de douche staat en er geen warm of helemaal geen water uitkomt, totdat het koffiezetapparaat kapot blijkt, totdat… de telefoon gaat. Dat vanmiddag de pastoor bij Oma komt om nog een laatste keer voor haar te bidden. Dat was er een in de categorie “Onvoorspelbare Voorspelbaarheid”. 
De mens en zijn rituelen. Manieren om de dood vorm te geven. Met zijn dertigen om het bed van Oma in de huiskamer prevelen we het “Onze Vader” en een “Wees Gegroetje”. Ze heeft nog net genoeg kracht om een ieder die binnenkomt om bij haar te zijn, een lief woord te geven. Aan het einde van de middag slaapt ze. De mens en zijn rituelen. Nadat de pastoor ons veel sterkte heeft gewenst, wordt er vlaai, kaas, worst, chips, gehaktballetjes en bier op tafel gezet. Oom J. is jarig. Als Oma niet geslapen had, zou ze genoegzaam geglimlacht hebben. En genoten. Want iedereen is er, en iedereen heeft plezier. 
De mens en zijn rituelen. Met zijn dertigen staan we, twee maanden later, in een halve kring om een boom. Een vriendelijke meneer met een grote Pot in zijn handen loopt naar de boom en vraagt: “Hier?” Gemurmel, “Nee, iets meer naar links.” “Hier dan?”  Er klinken instemmende geluiden, geknik, “Ja, daar zal het goed zijn, fijn in de zon.” Even is het stil. We wachten. De vriendelijke man wacht ook nog even. Een moment later maakt hij met een kleine handbeweging aan het handvat van de Pot, de onderkant open. Miljoenen minieme grijze stofdeeltjes ontsnappen aan de onderkant. De man maakt kleine cirkel bewegingen om de as mooi te verdelen op de zojuist uitgekozen plek. De wind komt een klein beetje onder de Pot en maakt dat er een lichte nevel ontstaat op de plek waar Oma uitgestrooid wordt. De zon schijnt door de nevel, en even lijkt het alsof Oma nog een keer voorzichtig danst. Een mooi gezicht, een brok in de keel, de ooghoeken goed vochtig. Even staan we er verslagen bij. Definitief. Klaar. Wat nu? Oom J. doorbreekt de stilte: “Zullen we dan maar samen een ‘Onze Vader’ en een ‘Wees Gegroetje’ bidden?” Hier en daar wordt er schuchter gebeden. Met verdriet in de keel is het lastig spreken. 
De mens en zijn rituelen. Langzaam verlaat de groep het strooiveld. Iedereen, stuk voor stuk, in eigen gedachten. Eigenlijk nog niet klaar om verder te gaan. Totdat…
Een van Oma’s achterkleinkinderen heeft iets ontdekt in het gras. Chocolade Paaseitjes! Chocolade Paaseitjes? Ik ben verbaasd. Is dit een publieksvriendelijke seizoensgebonden speciale actie van de begrafenisondernemer? De kinderlijke vreugde van het gevonden snoepgoed doet iedereen glimlachen. Voor mij, loopt Oom J.. Terwijl het achterkleinkind van Oma, een stuk of vijf, zes Chocolade Paaseitjes bij elkaar aan het sprokkelen is, draait Oom J. zich naar me om. Een lach, een knipoog. Het is me opeens duidelijk wie hier de Paashaas is. Iedereen is het duidelijk, wie de Paashaas is. En iedereen verlaat het strooiveld, met een glimlach. Het relativerings-vermogen van een paar Chocolade Paaseitjes. Amen.