Valt ze nu in slaap, of is ze dood aan het gaan? Haar hoofd hing al voorover, maar nu ook nog wat opzij. Haar ogen waren al nauwelijks open, maar lijken nu nog dichter te gaan. Door haar korset was het al niet te zien of ze nu wel, of niet meer ademt. Alsof ze het mij hoort denken schiet ze omhoog, trekt haar hoofd recht om deze voorover in de emmer te hangen. Hoe kan een mens zo weinig eten en toch zo veel overgeven. “Hoe hou je het toch vol, oma?”, ik schrik zelf van mijn vraag. Ik leg een hand op haar schouders en voel me knullig als ik haar probeer te troosten.

Ik ben bang om dood te gaan. Bang voor de pijn bij het sterven, bang voor de doodangst en bang dat mensen door mijn persoonlijke spullen gaan rommelen. Bang voor het verdriet dat ik bij ons mam achter laat, bang om te verbranden en bang voor de muziek keuze op mijn begrafenis. Er wordt zo enorm veel goede muziek gemaakt en goede muziek doet het nergens zo goed als op een begrafenis.

Mijn oma is ook bang voor de dood, al spreekt ze dat niet uit. Zij weet dat ook zij de dood niet kan ontkomen maar mijn oma heeft er een spel van weten te maken. Zij is stapsgewijs dood aan het gaan.  De afgelopen jaren is het figuur van mijn ronde oma gemuteerd van een statige theepot naar een schrale winkelhaak. Beetje bij beetje brengt zij de dood meer in haar leven, om er zo nu en dan in en uit te springen. Oma zit dag in dag uit op haar bruine liftstoel. Een stevige, vierkante, leren, cognac kleurige stoel die je vriendelijk een zetje de goede kant op geeft als je opstaat, of de dood in springt. Was oma tien jaar geleden gestorven was dit het erfstuk geweest waar ik voor gestreden zou hebben. Maar na haar jaren lang te hebben zien krimpen in die stoel heeft de hebzucht plaatsgemaakt voor weerzin. Ik gruwel van de stoel waar mijn oma haar leven op aan het verzitten is.

Hoewel ze zo graag in de tuin zat komt oma niet meer buiten. Haar familie is bezweken onder haar eigen volhardendheid. Oma roept zo vaak dat zij niets kan, dat men het is gaan geloven. Ze kan het niet meer aan zegt mijn moeder. Ik heb haar er nog niet dood aan zien gaan zeg ik terug.

Mijn oma is bang voor de dood maar wil stiekem ook niet meer leven. Alsof ze al lang opgegeven heeft maar te eigenwijs is om het toe te geven. Haar levensvuur brand zo heftig dat haar hele lichaam is opgebrand. Haar wil is zo sterk maar weet tegelijk niet wat het nog zou moeten willen. De dood raakt haar aan maar ze kotst hem tegemoet. “Kun je mijn bak even schoonspoelen m’n jongen?”, vraagt ze terwijl haar kunstgebit terug op haar kaak klikt. “Tuurlijk oma.” Mijn oma speelt met de dood, ze speelt niet voor de winst maar heeft nog niet verloren.

Mike van Zandvoort

Vief
Stem op deze column!