Romeinen 8:4-6 heeft aanleiding gegeven tot het idee dat Paulus het stoffelijk lichaam zag als iets dat per definitie slecht is. Dat is erg jammer, want wanneer we zorgvuldig bestuderen welke woorden Paulus hier gebruikt, komen wij tot een andere conclusie want een nader onderzoek van het gebruik van Paulus van de term vlees maakt duidelijk dat hij het niet ziet als iets dat per definitie slecht is. Hoe Paulus over het vlees denkt, wordt wellicht het beste duidelijk in Galaten 5:13, waar hij een interessant Grieks woord gebruikt voor “vlees”. Het woord dat hij kiest is “aphormay”, dat de nieuwe vertaling weergeeft met “aanleiding”. Gezien het Griekse woord dat gebruikt wordt, maar dat kennelijk in het Nederlands niet overgekomen is, en dat het punt beschrijft van waaruit een commandant een aanval laat beginnen op de vijand, had het letterlijk vertaald moeten worden als bruggenhoofd, uitgangsstelling of operatiebasis. Dat is een toepasselijke metafoor daar onze lichamelijke behoeften vaak de kwetsbare operatiebasis worden. Hoeveel zielen zijn door Satan niet gewonnen toen zij zich aan lichamelijke lusten overgaven? Hoeveel eeuwige levens zijn er niet verloren gegaan omdat men niet geestelijk was ingesteld, maar zich telkens liet overheersen door “de gezindheid van het vlees?”

President Thomas S. Monson heeft gezegd: “Ik wil u graag een eenvoudige formule aan de hand doen waaraan u de keuzes waar u voor komt te staan kunt toetsen. Zij is makkelijk te onthouden: Je kunt niet goed zitten als je fout doet, en je kunt niet fout zitten als je goed doet.” (‘Paden tot volmaking’, Liahona, juli 2002, p. 112). President Monsons formule is eenvoudig en ondubbelzinnig. Zij werkt op dezelfde manier als de Liahona die Lehi kreeg. Als we geloof oefenen en Gods geboden stipt gehoorzamen, zal het ons duidelijk worden welke richting we moeten inslaan als we voor keuzes komen te staan.

De apostel Paulus wees ons op het belang van ‘in de Geest zaaien’ en niet in het vlees. Hij schreef: Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (de akker van) de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen. (Galaten 6:7-9.)

In de Geest te zaaien betekent dat al onze gedachten, woorden en daden ons dienen te verheffen tot het goddelijke niveau van onze hemelse Ouders. De Schriften verwijzen naar het vlees als de lichamelijke of vleselijke natuur van de natuurlijke mens, die mensen ertoe brengt zich over te geven aan de hartstochten, verlangens, begeerten en driften van het vlees in plaats van aan de inspiratie van de Heilige Geest. Als we niet oppassen, kunnen die invloeden, samen met het kwaad in de wereld dat zich aan ons opdringt, ertoe leiden dat we ordinair en roekeloos gedrag overnemen wat een deel van ons karakter kan worden. Om slechte invloeden te vermijden, dienen we ons te houden aan de instructie die de profeet Joseph Smith van de Heer kreeg over doorlopend zaaien in de Geest: “Welnu, wordt niet moede goed te doen, want gij legt het fundament van een groot werk. En uit het kleine komt het grote voort.” (LV 64:33.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.