Verleden jaar ben ik op vakantie gegaan naar het verre Bali, het Indonesische eilandje met een idyllische sfeer. De oversteek van Schiphol naar Hongkong – de tussenlanding – was onmenselijk lang om dubbelgevouwen te zitten in de economy class. Ik zag mensen met spataders verwoed gymnastiekoefeningen doen, maar gelukkig konden mijn nog relatief jonge ledematen zich koest houden. Mijn redding was de aanwezigheid van een technisch hoogstaande multi-dvd speler met nog andere ontelbare toepassingen. Dwayne Johnson begeleidde de eerste uren in de lucht, gevolgd door een ietwat vage film van Tom Cruise. Het avondeten kwam al om vijf uur aanzetten, maar dat kon me op dat moment niet boeien. Veel van vliegtuigeten verwachten was ik al lang ontleerd. Nog meer lange uren later, mijn ogen vechtend tegen de vermoeidheid, kwam een malloot van een steward aanzetten met ontbijt. Ontbijt om 12 uur ‘s nachts? Ik kwam erachter dat het niet een incidentele fout was, maar kennelijk vonden ze het nodig om ons tijdritme nog verder naar de klote te helpen. Ach, de dvd-speler bleef voorlopig aan en ik was over mijn vermoeidheid heen.

Al aangekomen in Hongkong begon het wachten weer. Vijf uur op een tussenstop wachten, maar slapen zat er niet in. Had ik maar de slaapgenen van mijn ouders, dan had ik de verloren tijd in kunnen halen. In plaats daarvan begon ik naar heavy-metal te luisteren, om de pit er een beetje in te houden. Na vele Chinese meldingen, een taal waarbij de Schotse keelklanken nog normaal klinken, begon voor ons dan ook het boarden. We hadden wel opgevangen dat er tussen Hongkong en Bali ergens een tropische storm raasde, maar ik had me voorgenomen dat ik de piloot wel te zijner tijd zou overtuigen om toch te gaan vliegen. Dit kwam er helaas niet van, maar de expertise van de piloot alleen liet zijn dat we probleemloos langs een storm van formaat konden vliegen – wel met de nodige turbulentie en doodsangsten van een aantal niet herkenbare Aziaten. Dat duurde nog eens vier uur en in die tijd heb ik me kunnen perfectioneren in de kunst van het headbangen tot ongenoegen van alle slapende mensen.

De halte Bali kon ik aanraken in de lucht en de vliegrit zat er dan eindelijk op. Zowaar had het me geen ledematen gekost. Ook waren er geen Mohammeds opgestaan die een sigaretje op wilden steken. Wat dat betreft een saaie vlucht als je het zo bekijkt, maar dat neemt niet weg dat vliegen altijd een beleving blijft. Of je nu crepeert rondom je buren of slapen als een luiaard leert, het besef dat je zojuist duizenden kilometers hebt overvlogen is iets om over na te denken. Vroeger was ‘ver reizen’ toch hele andere koek. Onze mobiele generatie is er tenslotte klaar voor.