‘Voor de kat zijn viool’

 

Het was als kind al een wens van mij: een eigen kat. Nadat mijn eerste kat al na een jaar dood gevonden werd in de bosjes, heb ik er wel even over na moeten denken of ik weer een kat wilde. Mijn vriend was niet enthousiast maar vond het goed omdat ik het zo graag wilde. Het werd dan mijn taak om het beestje te verzorgen.

Ondertussen is het al bijna twee jaar geleden dat ik mijn tweede kat ophaalde uit het asiel. Kees, die toen nog Rosco heette was een kleine kater. Ik zie nog voor me hoe hij lag te rollebollen over de grond toen ik hem de eerste keer aaide. Ik wist gelijk dat dit hem moest worden.

Op de site van het dierenasiel werd hij omschreven als ‘knuffelkat’. Die naam doet hij eer aan! Hij knuffelt en kroelt er op los. Hij speelt ook veel en rent af en toe als een bezetene achter zijn ‘muis’ aan. Het is een leuk beestje.

Doordat hij uit het asiel komt weten wij niets over zijn achtergrond. Ik zou wel willen weten hoe zijn leven was voordat hij bij ons in Hoorn kwam wonen. Hij is gevonden in Obdam en ik vind het nog steeds vreemd dat niemand zo’n lieve kater mist.

Ik ben dol op hem, hij is erg lief en aanhankelijk. Maar buiten is hij dat niet. Hij is de baas over buurkat Sam, die twee keer zo groot en breed is. Het is een jager, en regelmatig komt hij met een ‘verrassing’ thuis. Maar dat is allemaal zo erg nog niet.

Zoals ik al eerder schreef, was ik degene die hem uit het asiel haalde. Ik ben ook degene die de kattenbak leegt, hem eten geeft, zijn water ververst, lekkere snoepjes koopt op zoek gaat naar nieuwe speeltjes etc.

Maar, bij wie ligt onze Kees languit op schoot? Met wie wil hij het liefst spelen? En naar wie rent hij toe als de voordeur open gaat?

Het antwoord hoef ik denk ik niet meer op te schrijven….

Wie wilde er ook alweer zo graag een kat?