In de voorsterfelijke geestenwereld wees God bepaalde geesten een specifieke opdracht op aarde toe. Dat noemen wij voorordening. Voorordening garandeert niet dat iemand een bepaalde roeping of taak op aarde krijgt. Dat hangt af van zijn rechtvaardige keuzes in dit leven, net als zijn voorordening het gevolg was van zijn rechtschapenheid in het vooraardse leven.

Jezus Christus werd voorgeordend om de verzoening tot stand te brengen, en werd zo ‘het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld.’ (Openbaring 13:8; zie ook 1 Petrus 1:19–21.) Er wordt in de Schriften gesproken over anderen met een voorordening. De profeet Abraham kwam erachter dat hij was voorgeordend toen hij in een visioen ‘velen van de edelen en groten’ onder de geesten in de voorsterfelijke wereld zag. Hij zei: ‘En God zag deze zielen, dat zij goed waren; en Hij stond te midden van hen en Hij zeide: Dezen zal Ik tot mijn heersers maken; want Hij stond te midden van hen die geesten waren, en Hij zag dat zij goed waren; en Hij zeide tot mij: Abraham, gij zijt een van hen; gij waart gekozen eer gij geboren waart.’ (Abraham 3:22–23.) De Heer heeft tegen Jeremia gezegd: ‘Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een groot profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld.’  (Jeremia 1:5.) Johannes de Doper was voorgeordend om de Joden voor te bereiden op de bediening van de Heiland. (Zie Jesaja 40:3; Lucas 1:13–17; 1 Nephi 10:7–10.)

De leer van de voorordening geldt voor alle leden van de kerk, niet alleen voor de Heiland en zijn profeten. Vóór de schepping van de aarde kregen loyale vrouwen bepaalde taken toegewezen en loyale mannen werden voorgeordend tot bepaalde priesterschapstaken. Hoewel u zich die tijd niet kunt herinneren, staat het vast dat u bereid was belangrijke taken in de dienst van uw Vader uit te voeren. Door te bewijzen dat u uw voorordening waardig bent, zult u de kans krijgen de taken te vervullen die u toen zijn gegeven. (Trouw aan het geloof, blz. 186-187.)

Waar geen gegevens over zijn is hoe het gegaan kan zijn met de geesten die geen lid van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste dagen’ worden. Toch zitten daar ook hele goede mensen bij die lief behulpzaam en gelovig zijn. Er zijn er bij die ik een warm hart toedraag.

Verder, dankzij de verzoening van Jezus Christus zullen alle mensen, na dit aardse leven, herrijzen. (Zie Alma 11:42–45.) Na onze opstanding komen wij voor de Heer te staan om te worden geoordeeld. (Zie Openbaring 20:12; 3 Nephi 27:14.) Ieder van ons krijgt een eeuwige woonplaats in een bepaald koninkrijk van heerlijkheid toegewezen. De Heer onderwees in dit beginsel toen Hij zei: ‘In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.’ (Johannes 14:2.)

Er zijn drie koninkrijken van heerlijkheid: het celestiale koninkrijk, het terrestriale koninkrijk en het telestiale koninkrijk. De heerlijkheid die u beërft, hangt af van de mate van uw bekering, tot uiting gebracht in uw gehoorzaamheid aan Gods geboden. Het hangt af van de mate waarin u ‘het getuigenis van Jezus’ ontving. (LV 76:51; zie ook de verzen 74, 79, 101.) (Trouw aan het geloof, blz. 99.)

Wij leren ook in ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ dat wanneer God ergens aan begint Hij al weet hoe de afloop zal zijn. Hieruit maak ik op dat Hij het toestaat dat mensen op aarde verschrikkelijke dingen kunnen doen. En dat getuig ik in Jezus naam. Amen.