Het Stoïcisme ontleed zijn naam aan het woord “Stola” dat zuilengang betekend. Deze wijsgerige school is door Zeno van Citium gesticht in de Stoa poikile wat een veelkleurige zuilengang te Athene van na 310 v. Chr. betekend. Bij de Stoa stond de ethile, de levensleer op de voorgrond. Doel van het menselijk leven was het geluk en dat geluk werd bereikt door de beoefening van deugd. God heeft door een soort van voorziening of noodlot de wereld geschapen en tot dusver onderhouden. De wereld zal tenslotte door vuur vergaan. Deugden zijn vooral gerechtigheid, inzicht, dapperheid en plichtsvervulling ten dienste van anderen. De Stoa had veel invloed onder de staatslieden. Het was een wijsbegeerte die paste bij de Romeinse geest.

In latere tijden oefende andere beschouwingen, met name die van Plato en Aristoteles, invloed op de Stoa uit. Doordat de Stoa de levensleer op de voorgrond schoof, predikten haar aanhangers veel tot het volk, dat zij tot een beter leven trachten te brengen. (Wikipedia.) Het Stoïcisme daarentegen erkende een oppermacht in het heelal. Volgens deze filosofie zijn alle dingen geordend en in beweging gezet door een goddelijk brein en de wijze man, de waren Stoïcijn, is hij die, in plaats om ze te veranderen zoals hij ze hebben wil, de toestand aanvaardt zoals ze is. Een dergelijk aanvaarden vereist grote moed en zelfbeheersing, want de mens is opgesloten in een nimmer eindigende strijd met de natuur. Het lichaam is een omhulsel dat gestraft moet worden of wat men terwille moet zijn, of moet worden genegeerd.

Aristoteles wilde begrippen in een vaststaand systeem onderbrengen, met hiërarchische onderverdelingen van genus en species, een systeem dat een weerspiegeling van het blijvende (en dus wezenlijke) in onze wereld moest zijn. De Stoïcijnen gingen veel meer uit van het hier en nu, en poogden via observatie van processen juist datgene wat gebeurt weer te geven.

In zijn beroemde toespraak op de heuvel van Mars citeerde Paulus uit de “Phainomena” van Aratos, een dichter uit Cilicië die leefde van 315 v. Chr. tot 250 v. Chr.. Hij verwierf zich met name door een hymne op Pan de gunst van Antigonos Gonates aan wiens hof hij leefde en op wiens aansporingen hij zijn beroemde Phainomena hemelverschijnselen schreef, een sterrenkundige beschrijving met mythen. Om deze reden komen wij in Handelingen 17:28 tegen: …..gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht. Bijna de zelfde woorden komen voor in de Hymne van Zeus van Kleanthes een Grieks filosoof die leefde tussen 331 v. Chr. en 231 v. Chr.. Hij volgde zijn leermeester van het Stoïcisme als leider van deze school op. Van hem rest de enige volledige tekst uit de oudste Stoa: de Hymne aan Zeus. Beide mannen waren Stoïcijnen.

Met het aanhalen van dergelijke dichters trachtte Paulus waarschijnlijk zijn toehoorders onder de indruk van zijn verstand en opleiding te brengen. Zonder twijfel trachtte hij zich op gelijke voet met zijn luisteraars te stellen ten einde hun vertrouwen te winnen en aldus een gewillig oor voor zijn boodschap te vinden en dit is mijn omschrijving in naam van Jezus Christus. Amen.