Zo, maart is achter de rug. De koeien staan weer tevreden te grazen in de wei, tuinkeukens en gazonbioscopen zijn van de bergzolder gehaald en we kärcherden ons weer mateloos aan de hogedrukreinigers van de buren, bij wie behalve het gras ook het terras altijd groener lijkt te zijn.

De maand begon middenin de verkiezingscampagnes van de politieke partijen, waarin iedere lijsttrekker zo zijn eigen aanpak hanteerde. Zo spitste Marianne Thieme zich toe op de doelgroep met een vleesachterstand, en koos Henk Krol juist voor een brede aanpak door met een helikopter toenadering te zoeken tot de grote groep zwevende kiezers in het luchtruim. In debatten werd zowel links- als rechtsom met loze kreten gesmeten. Zoveel zelfs, dat als gebakken lucht een alternatieve energiebron zou zijn, heel Nederland maandenlang van gratis stroom had kunnen worden voorzien. Toch leken we er niet in te trappen met z’n allen. Niet voor niets maakte een groot deel van de stemgerechtigden pas in het stemhokje een definitieve keuze.

De verkiezingsdag had naar begrippen van een nazistische bananenrepubliek een verrassend democratisch karakter, getuige de opkomst die met ruim 81% exceptioneel hoog te noemen was. De afloop kent u inmiddels. Ondanks dat VVD acht van haar zetels verloor, bleef de partij de grootste en zullen we het weer met de goedlachse Rutte moeten doen de komende jaren. Uitstekend nieuws dus voor bankdirecteuren; zij lachen in hun vuistje omdat de beschermheilige van hun portemonnees wederom in het zadel is geholpen door het klootjesvolk over wiens rug ze hun vermogen hebben vergaard. Slecht nieuws daarentegen voor de mensen die tegen wil en dank zijn aangewezen op de bijstand en hun vakantiegeld dreigen te moeten inleveren omdat ze ‘het hele jaar al vakantie hebben’. Zo neemt, afhankelijk van de verhoudingen tussen water en wijn in de uiteindelijke coalitie, de kloof tussen arm en rijk de komende vier jaar vermoedelijk alleen maar toe.

Grote verliezer in de verkiezingsstrijd was natuurlijk de PvdA, die vergeleken met de VVD onevenredig hard werd gestraft voor het regeringsbeleid van de afgelopen jaren. Door het uitblijven van het Asscher-effect ging de campagne niet over rozen en bleef van de arbeiderspartij slechts een fractie over. Voordeel is wel dat de leden nu met een beetje inschikken samen in één Fiat Multipla passen. En dat scheelt weer aanzienlijk in de reiskosten.

Naast de traditionele partijen, werd ook een aantal nieuwkomers verwelkomd in de Tweede Kamer. Zo behaalde de migrantenpartij DENK van tosti-liefhebber Tunahan Kuzu vanuit het niets maar liefst drie zetels. De vreugde over het vergaarde pluche werd echter al snel overschaduwd door onvrede over de toegewezen locatie in de plenaire zaal. Alsof het zwakblazige dames in een vliegtuig betrof, gaven Kuzu en consorten te kennen per se aan het gangpad te willen zitten; naar eigen zeggen voor een gemakkelijke gang naar de interruptiemicrofoon. Het ongenoegen resulteerde in een protest waarbij de heren staand plaatsnamen achter hun zetels, alsof ze collectief last hadden van aambeien. Een ludieke maar zinloze actie.

Nu moet er alleen nog ‘even’ een coalitie worden gevormd. Zoals het er naar uitziet maakt een combinatie met CDA, D66 en Groen Links de meeste kans. De toekomst zal moeten leren of deze partijen genoeg compromissen kunnen sluiten om een vruchtbare samenwerking mogelijk te maken.

Het zit erop. De maand waarin twee tieners maar liefst vijftien uur in de rij stonden voor de opening van een donutwinkel in Amsterdam, is ten einde. Maart is een gepasseerd station, en we kunnen ons gaan richten op al het moois dat april ons te bieden heeft.