Sinds de zomer van 2015 ben ik ervoor gevallen. Eigenlijk ben ik erin gestapt. Onwennig maar na twee keer raakte ik hopeloos verliefd, verkocht en verknocht.

De eerste keer kwam ik met gekneusde knieën en beurse dijen uit het gevaarte gekropen. Ik had zo ontzettend mijn best gedaan om niet om te vallen dat mijn lijf compleet verkrampt raakte. Maar mijn missie was geslaagd: ik was niet omgevallen.

De tweede keer ging het iets beter, al dacht ik na een kwartier al aan omkeren, aanleggen en nóóit meer instappen. Wat een gedoe en een gewiebel. Om nog niet te spreken over de onmogelijkheid om zo’n ding te besturen. Vier keer rechts peddelen en dan nog niet links af slaan. Mijn hersenhelften raakten ervan in de war.

Desondanks begon het kanovaren te kriebelen. En dus zocht ik plots op marktplaats naar kano’s. Met een roertje. Ik vond een oude, in prima staat. In de Wormer. Ooit was de kano van een voormalig kanokampioen. Volgens de advertentie. Aangezien ik een sucker ben die valt voor dit soort verhalen was de koop gauw gesloten en bonden we mijn boot op het dak van de auto.

In de zomervakantie kreeg ik een missie: ontdekken of kanoën iets voor mij was. In Frankrijk ligt de camping die wij terugkerend bezoeken namelijk aan een redelijk groot meer zodat dagelijks oefenen geen probleem is.  Waar ik normaal gesproken sportieve beloftes aan mezelf breek alsof het aardewerken koffiekopjes zijn verbaasde ik mezelf  door elke vakantiedag in mijn kano te kruipen en een rondje over het meer te varen. De beloning: na slechts een week kon ik zomaar vijfhonderd meter achter elkaar varen.

Mijn kind, zelf al jaren verwoed kanovaarder, toonde zich een geboren coach en leerde mij de trucjes uit het vak. Per keer voelde ik me groeien, behendiger worden. Na drie weken vakantie leverden vijf kilometer kanovaren mij in augustus tijdens de avondmarathon nauwelijks problemen op behalve dat ik niet als laatste wilde eindigen.

Als test heb ik aan het einde van 2015 tien kilometer gevaren. Dit voorjaar wil ik meedoen aan de Waterland marathon. Voor vrouwen en kinderen bedraagt deze tocht vijftien kilometers. Met een overdracht moment, noemt het een soort kanoklûnen. Boot uit het water, lopen met de boot in de hand en vervolgens de boot weer te water laten.

Een gek plan? Jazeker. Hysterisch? Absoluut. Maar ik wil het. Al denken mijn winters lui geraakte bi- en triceps daar inmiddels anders over dan een maandje of wat geleden. Maar ergens in mijn hoofd heeft zich een overtuiging genesteld dat ik het kan.

Ontwikkeling

Altijd in ontwikkeling. Overtuigd twijfelaar.

Meer Columns van mij - Website