Ik ben afkomstig van een andere generatie. In tegenstelling tot mijn opa en oma, die de Tweede Wereldoorlog meemaakten, en mijn ouders, die opgroeiden met de herinnering van oorlog weerspiegeld in de ogen van hun ouders, groeide ik als Alice in Wonderland, veilig ingestopt in het machtsevenwicht van de Koude Oorlog.

Oorlog, ellende, was dat niet iets uit films of journaal? Alice is er een nogal mee vervreemd geraakt. Zandbakken met mensen gehuld in theedoeken die dan met boze gezichten Amerikaanse vlaggen verbranden. Of kleine magere negers met vliegen rond de wezenloze blik in hun ogen, maïspap in hun mondhoek. Of beelden van jammerende vrouwen, hoofddoekje, met lange rokken en gehuld in rubber laarzen. Die stonden dan huilend voor een of ander bouwval. Wat zeg ik? Schreeuwend meer eigenlijk, armen ten hemel heffend of de armen beschermend over het dode lichaam van hun zoon. Tegenwoordig kun je het beeld van vluchtende mensen in bootjes aan dit collectieve beeld van oorlog en ellende toevoegen.

Dat was het dan, verpakt in 20 minuten gevolgd door reclame. Daarna stopte je het weer weg en begon ‘Boer zoekt vrouw’. Super overzichtelijk!

Afgelopen weekend was ik in Brussel. Brussel, niet langer de stad van manneke Pis. Brussel, de extremistische kraamkamer van Europa blijkbaar. Zaterdagmorgen, in de lobby van het Ibis hotel. Toeristen met van die koffers op rolletjes die lopen net als hun leven, op rolletjes, overzichtelijk, geordend in beelden en marketingconcepten, gewatteerde jassen, iPhone in de hand. Een stilte heerst. De draaideur dicht, op slot, er staat een brief op die deur: vanwege uw en onze veiligheid zijn de deuren dicht. Een hotelmedewerkster met te grote glimlach achter de toonbank probeert het nog als wij aangeven uit te willen checken: ‘but nothing happened yet.’

We drinken koffie en kijken uit het raam van de lobby. Stil op straat. De regen klettert op de straten in een tevergeefs poging de boel schoon te spoelen. Het hotel verlaten via de zijdeur, lopen we over straat naar de parkeergarage. Op straat treffen we een moeder met een peuter op haar loopfietsje, over de straten van Brussel. Ze loopt gehaast met kleine snelle passen, haar meisje af en toe voortduwend, wat ze met haar korte beentjes nauwelijks kan bijhouden. We rijden weg, soldaten en dan niet van die gewone maar mannen die er klaar voor zijn: bivakmutsen, alerte blikken die van links naar rechts schieten, mega grote geweren. We rijden langs de drukke winkelstraat, nog meer soldaten, tanks. Tanks…dus…tanks en pantserwagens. Je kunt bij het straatbeeld van Brussel maar een ding denken: we zijn in oorlog.

We zitten in de auto, proberen onze weg te vinden uit het doolhof dat het Belgische verkeer heet, met zijn misleidende verkeersborden en plots opdoemende afslagen. Regendruppels op de ramen, die het uitzicht verdeelt in overzichtelijke rasters van beelden en meningen op werelden hier ver vandaan. Oneliners op Facebook als we onze telefoon openen….’jeetje, kippenvel als ik dit lees’. Of..’wat heftig allemaal’. Of ‘Fijn dat jullie veilig terug zijn’. Likes…en nog meer likes. We hebben likes. Goddomme, als we maar likes hebben!

We reageren, luisteren naar het nieuws terwijl wij, wij wel, vrij de grens van België naar Nederland overgaan. Bergen op Zoom, zaterdagmiddag. We laten ons ons welverdiende weekendje weg niet afnemen. We schakelen, schudden het van ons af als het achtuurjournaal. We eten een uitsmijter, we lachen, shoppen consumerend door de winkelstraat, cadeauwinkels, kledingwinkels, boekwinkels, winkels, winkels. We drinken bier in een café, eten bij een Italiaan, roken een sigaret en drinken rode wijn en gaan dan uiteindelijk met een taxi naar het hotel. Tanden poetsen, ik bekijk nog eens Facebook, WhatsApp, volg het laatste nieuws over Brussel op Twitter en nu.nl, blader door het boek vol met gedichten wat ik kocht in de boekhandel die dag. Gedichten over grote thema’s als leven, liefde en dood waarvan ik niet in volle omvang bevat wat het zijn. Ik heb geen idee van oorlog en vrede, van doodsangst en wanhoop. Ik sluit het boek met een grote klap. Ik doe het licht uit en ga slapen.