Willems van Nassau

Vanmorgen stap ik mijn busje nadat ik eerst de honden ingeladen heb. Wachten tot het lichtje uitgaat, en de sleutel omgedraaid mag worden. Een gezellige rookpluim is de reactie: ik ben wakker.

Nu heb ik, wat je tegenwoordig omschrijft als zijnde alternatief, de mooiste bus van Nederland. Geen ABS, airco en geen radio. Wel een antenne en twee elektrische ramen die het boven de 20 graden ook doen. Een voorruit, modelletje Boeiing en twee heerlijke stoelen waar het leven in zit. (hondenkwijl, rookgaatjes en onverklaarbare vlekjes)

En op e.o.a. manier als ik rond plof, ben ik altijd vrolijk. Ik neurie, zing, rook ook en rij overal achteraan. Mijn busje onthaast, en als dank krijg ik van haar de onverzetbare betrouwbaarheid terug. M’n busje leeft!

Maar ik kijk ook om mij heen naar de auto’s en motoren die mij met het grootste gemak hun achterste laten zien. Soms voorzien van een fronsende wenkbrauw, een priemende blik, dikke vinger en of een extra dotje, opschepperig gas. Maar na een tijdje wordt het altijd stil, ik rij er weer bewust achteraan.

Om een bekeuring te “krijgen” moet ik dus van goede huizen komen. Oké soms bluf ik, door voor een stoplicht naast een enorme Duitse auto te gaan staan en een paar keer gas te geven. Deed ik van de zomer ook, niet wetende dat er achter de bus een flitsende bolide zonder dak stond. Uiteraard voorzien van een Jupper de pup met z. de bril en een schone deerne. Tja, en als ik een paar keer gas geef, dan deel ik de diesel met menigeen die achter me staat. Dus ca en brio, moesten een beetje hoesten en kokhalzen door mijn diesel-spugende dame. Dus daar werd ik ook door ingehaald.

Maar tijden veranderen. Nu is het de tijd van: de raampjes die naar beneden gaan. Een hoe groter en nieuwer de auto, hoe sneller de raampjes gaan. Boven en beneden de 20 graden, bofkonten.

Agressie in het verkeer, heet het geloof ik.

Een beroep als verkeersregelaar is voor menigeen als een rode doek voor een stier, politieagenten worden beschoten, meegesleurd of voorzien van ferme termen en een ziekenbroeder of zuster krijgt ook op sommige momenten in het verkeer de wind van voren. Het kan niet op!

 

Ik dreun een liedje van M. Bosato op, als er achter mij twee enorme lichten opduiken van een auto. Ik zie in mijn spiegels dat het gevaarte met een stevige snelheid op mij af komt rijden. Ik zet me werkelijk schrap als er op het laatste moment een slinger aan het stuur gegeven wordt, en mijn bumper ( nee, niet de hond) rakelings heel gelaten wordt. Langs mij scheurt de chauffeur met een luide toeter en een vinger uit z’n raam. Man, ik schrok me kapot.

Even verderop staat het verkeer vast. En ik plof de plof naast de bolide, die mij zojuist probeerde naar de eeuwige jachtvelden te krijgen. Nu haat ik geweld (behalve in de sportschool) maar er is een grens. Dat m’n busje verfrommeld kan worden blijft een optie. Maar expres met mijn drie hondjes erin, nee dit mag niet.

Nu ben ik een charmante vertoning. Kale kop, sik, tatoeages en wat voor  sommigen schijnbaar afschrikwekkend is. U weet wel: eerst het uiterlijk en dan het innerlijk. Maar ik ben een zachtaardig mens.

En wat staat er dus naast me? Een prachtige bolide met modelletje J. Kelder achter het stuur ingebouwd door telefoons en ander lichtgevend materiaal. Nu geen toeter of een dikke vinger, maar een mensje wat recht vooruit kijkt.

En als je toch stilstaat waarom dan geen gebruik maken van het moment van de dag?. Dus ik de bus uit, richting het portier van de ander. Niet om iemand te lijf te gaan maar om de eenvoudige vraag te stellen: waarom?

Maar wat ik hoor is klik, en zie een mannetje wat schuin wegduikt. Ik tik netjes op het raam, maar er gaat nu niets naar beneden. Het verkeer komt op gang en de bolide stuift weg, mij achterlatend. Jammer.

Ik loop terug naar de bus om mijn weg te vervolgen, als er een auto langs me rijd en de chauffeuse heel hard roept: hé lul, je bent niet in Marokko en gas geeft.

Hé, lul, je bent niet in Marokko! Ik kijk eens om heen, klopt als een “bus” ik ben niet in Marokko. Ik sta op een stukje snelweg en zie Joop de Beagle naar me kijken, hij wil naar huis.

Ik stap in, en zing het Wilhelmus. Ik ben van Duitse bloed, en dit is ook al niet waar! Druk op het knopje. Verdomme, het raam wil niet naar beneden. Misschien is het wel beter zo, voor mij dan. Kan ik als “ Marokkaan” ook geen kwaad doen, want zo zijn wij schijnbaar! I love Windows, de internationale versie wel te verstaan!!!!

 

Tulus