“Wilt u daar een tasje bij?”
“Nee hoor, het gaat zo wel mee.” bedank ik vriendelijk terwijl ik met mijn open rugzak in mijn handen sta. Het is werkelijk een #firstworldproblem maar kan iemand me alstublieft vertellen dat ik niet de enige ben wie zich kan verbazen over het misbruik van de befaamde “plastic tas”?

Zaterdag,

De zon schijnt voor het eerst in tijden waardoor ik me als Nederlander verplicht voel naar buiten te gaan. De stad in, op zoek naar wat ditjes en datjes en een fijn terras om samen met mijn vriendin een hapje en een drankje te nuttigen. Door alle drukte van ons dagelijks bestaan hebben we niet veel tijd meer voor elkaar en zo’n mooie dag als deze is de perfecte setting om de Liefde weer even helemaal op te laten bloeien.

Rotterdam centrum. Mannen en vrouwen van vele culturen voelen zich net als ons verplicht te genieten van de zon. We beginnen op de markt en wandelen daarna door naar de vaste adresjes voor de ditjes en datjes. Bij de eerste winkel realiseer ik me mijn trouwe zwarte Brunotti rugzak te zijn vergeten. “Geen probleem!” lacht de vriendelijke caissière en stopt mijn prulletjes in een veel te grote plastic tas. Wat leven we toch in een mooi land. Ik vergeet mijn rugzak en krijg gewoon gratis en voor niets een tas van deze winkel! Natuurlijk staat het logo van de winkel er groot op en maak ik stiekem en onbewust reclame voor deze winkelketen. Maar dat maakt niet uit, want het is gratis.
De volgende winkel, het zelfde verhaal. Maar hoewel ik in deze situatie wel al een tas heb, staat mijn vriendin er op er toch nog één aan te nemen zodat ook zij wat kan dragen. “Emancipatie is zo slecht nog niet. Nu ik er over nadenk, zij mag straks betalen voor de drankjes!” grap ik tegen mijzelf terwijl we samen de winkel uit lopen, op weg naar het volgende adresje. De dag zet zich voort. Een nieuwe winkel, een nieuwe tas.

Bij tas nr. 6 besluit ik er wat van te zeggen. “Nee hoor, het gaat zo wel mee” bedank ik vriendelijk terwijl ik een product in een tasje met daarin een tasje met daarin een tasje met daarin een tasje en een lipstift gooi. Bij de buren kom ik er niet zo makkelijk vanaf en krijg ik zonder te vragen weer een veel te grote tas met een veel te klein product in mijn mik geschoven. “Sorry hoor, maar die tas hoef ik echt niet. Ik loop er al bij als een pakezel.” Geïrriteerd wordt ik bekeken door zowel de persoon achter de kassa als de mensen in de rij achter me. “Dan kunt u deze buiten weg gooien meneer, er staan teveel mensen te wachten.” Mijn oog krijgt een stuiptrekking terwijl mijn vriendin me mee trekt, zich onbewust van de situatie. Dit tafereel herhaalt zich van kwaad tot erger. Steeds probeer ik een tas te weigeren, en steeds krijg ik onder een dreigement een tas mee, tot ik uiteindelijk zo vol geplakt zit met tasjes dat ik weet hoe een egel zich moet voelen. Dan, bij de supermarkt hoor ik iemand zeggen “Schat, pak jij even een tasje? dan kunnen we die als vuilniszak gebruiken.”

Graag geloof ik dat ik een redelijk persoon met een goed stuk geduld ben. Ik houd van de illusie dat ik vredelievend en medelevend ben. Alsof de wereld me iets kan schelen en ik enkel zo objectief kan kijken ter leer en vermaak, en dan met name ter vermaak. Maar iets knapte in me die dag. Misschien was het omdat ik inmiddels met 27 verschillende plastic merken rond liep. Of omdat ik me realiseerde dat je voor 25 vuilniszakken zo’n 95 cent betaalt, terwijl een plastic tas 1 euro kost. Hoogst waarschijnlijk zit ik mijzelf gek te praten, of was mijn vriendin de oorzaak toen ze me zei een tasje te pakken in de supermarkt. Er is echter geen weg meer terug.

Sindsdien ga ik elke week shoppen. Een ieder wie me een tas aansmeert krijgt ‘s nachts een bezoekje. Mochten ze wakker worden is het laatste wat ze zien mijn sadistische glimlach terwijl ik ze smoor in hun eigen plastic. Gratis en voor niets.

Wat leven we toch in een mooi land.

-VLH