Het is bijna winter en het gaat al een tijdje niet goed met ‘oom’ Otto. Sinds zijn beroerte kan hij niet zo netjes meer praten en zijn rechterhand niet goed meer gebruiken en kwijlt hij af en toe een beetje. Hij was altijd gewend om er keurig uit te zien als door een ringetje te halen en uitstekend uit zijn woorden te kunnen komen. Dat is niet meer en hij heeft daar hele grote moeite mee. Mijn broer zei dat hij zijn “decorum” kwijt was. Wij allemaal niet en wij zeggen hem zo vaak dat het niet uitmaakt en dat hij gewoon de Otto blijft die hij is en dat wij het toch leuk hebben zo met elkaar. Maar hij heeft kennelijk toch zoveel moeite dat hij in oktober besluit zijn euthanasieverklaring te effectueren en de dokter te vragen er een eind aan te maken. Het duurt hem echter te lang want hij is wel een beetje een verwend mannetje dat gewend is anderen te sturen en te bepalen wat er gebeurt. Maar goed, uiteindelijk wordt er een datum in december geprikt en wil hij in alle stilte vertrekken. Kees vertelt mij dit tijdens een kort telefoontje waarin hij mij ook meedeelt dat er een testament is. Ik zeg hem dat ik daar in het geheel niet in geïnteresseerd ben; het gaat mij om Otto, en of wij hem nog een laatste groet tijdens zijn leven kunnen brengen. Ook zeg ik hem dat als hij mij nodig heeft als broer om over onze gevoelens te praten hij maar hoeft te vragen en dan ben ik er. Alleen mijn moeder, mijn zus Hanneke en ik met mijn vrouw mogen nog een keer gedag zeggen. Mijn broer Kees zal aanwezig zijn tijdens de euthanasie. Oom Otto heeft ook nog twee ‘echte‘ neven, maar die worden tot mijn verbazing niet uitgenodigd. “In drie jaar maar twee keer geweest”, zegt Otto. Het laatste gesprek wat wij, mijn vrouw en ik, met hem hadden was een heel erg plezierig gesprek ondanks het lugubere karakter ervan; wij wisten natuurlijk allemaal dondersgoed dat dit echt de laatste keer zou zijn hem te zien en te spreken. Ik was er van overtuigd dat het een warme en hechte relatie was. Een paar dagen later belt Kees mij om te zeggen dat Otto is overleden. Dokter Uittenboogaert uit Amstelveen, een assistente en Kees zelf waren erbij. Vijf injecties waren er nodig Otto te euthanaseren. Hij vertelt het mij op een nogal zakelijke en koele manier en ik dacht dat hij het er erg moeilijk mee had en vraag hem nogmaals of ik niet naar hem toe moet komen en of wij moeten praten met elkaar, kortom, of hij mentale steun nodig heeft. “Nee, ik ben nog in zijn huis en moet wachten op de begrafenisondernemer en moet intussen een aantal zaken veilig stellen”. Ik denk nog heel naïef “Wat een rare tekst”, maar zeg hem dag en wens hem sterkte toe. Dan word ik een paar dagen later gebeld door mijn zus die vertelt dat het Kees allemaal iets te veel is geworden en dat zij alles heeft overgenomen. O jee denk ik nog, als hij maar geen zware inzinking heeft gehad of erger, en o jee, zeg ik, moet ik jou nog helpen dan bij de afwikkeling want je zegt dat er nog zoveel moet gebeuren? “Nee”, zegt zuslief, “ik moet alleen even met je praten, ik zal wel eten klaarzetten voor Eric (haar man die dochter Chantal en haar man helpt met de verbouwing van hun huis)”, en of ik morgen tijd heb. Dat heb ik en wij spreken de volgende dag af. Toch met Eric samen staat zij dan voor de deur bij ons in Hilversum. Een rit van bijna twee uur vanuit Hoogerheide vlakbij België. Al snel valt zij met de deur in huis nadat ik heb gevraagd wat er toch aan de hand is met Kees? “Er is niets aan de hand met Kees, maar het gaat over jou, jij staat niet in het testament van oom Otto”. Met stomheid geslagen bazel ik dat de situatie niet verandert en dat mij dat toch niet interesseert, ik verbind namelijk geen waarde meer aan geld. Maar dan knalt het toch even goed bij mij binnen: voor de tweede keer in mijn leven word ik als ongewenst verklaard door mijn eigen familie. Eerst in 1982 door middel van een eigenhandig door mijn moeder getypte aangetekende brief die ik op mijn 24ste verjaardag in ontvangst mag nemen, met net een baby van anderhalf jaar en een pas aangekocht huis met hoge hypotheek. Geschorst en per onmiddellijke ingang ontslagen als directeur van het familiebedrijf omdat je lastig bent. En nu, op bijna dezelfde datum maar dan 34 jaar later, komt mijn zus mij in opdracht van Kees vertellen dat ik weer niet meedoe. Alles komt weer boven. De woede, de haat, het onbegrip, waarom, waarom? Waarom hebben jullie niet gewoon je mond gehouden? Dan had ik het nooit geweten? “Dan was je er toch een keer achter gekomen, dan was het toch een keer uitgekomen”, zegt Hanneke. Oh, dus jullie wilden het expres verborgen houden voor mij, jullie wilden dus eigenlijk niet delen? Waarom gewoon niets gezegd en de boel niet over drie maar over vier personen verdeeld? Jullie hadden bij elkaar moeten gaan zitten en denken nou kunnen wij eindelijk iets terug doen voor Stef, maar in plaats daarvan herinneren jullie mij weer aan de gebeurtenissen van 1982 en laten bovendien en passant even weten dat oom Henk en Otto mij ook uitkotsten. Waarvoor dank. Ik had het beter allemaal niet kunnen weten. En ik maar denken dat het weer zo een hechte familie was. Vreemd dat Otto nog kortgeleden tegen mij en Marie, mijn vrouw, heeft gezegd dat hij het zo een vervelend idee vond dat hij in het huis van de familie woonde! Allemaal show. En het ergste is dat nou juist dat een gevleugelde uitspraak was van oom Otto! Allemaal show!