Ik wil zo graag mezelf zijn. Gewoon mezelf zijn. Hoe vaak heb ik die opmerking al gehoord, en hoe vaak heb ik het zelf ook al uitgesproken – of minstens gedacht. Komt u waarschijnlijk ook wel bekend voor. Misschien heeft uw zoon, dochter, tante of buurvrouw het er ook al vaak over gehad. De drang naar het hebben of creëren van een eigen identiteit is groot. De vraag is echter of zoiets als een eigen identiteit wel bestaat. Want wanneer ben je nou werkelijk jezelf? Wie bepaalt dat? Heb je pas een eigen identiteit als je afwijkt van het gemiddelde, of juist niet?

In onze maatschappij is identiteit belangrijk geworden. Iedereen wil gezien worden, zelfs de mensen die beweren dat ze dat juist niet willen. Zij hebben niet in de gaten dat ze zich daarmee toch ook weer conformeren aan de identiteit van de anti-identiteitsmensen die aanwezig zijn als groep in onze samenleving. Het is namelijk geen aangeboren iets, zo’n identiteit. In wezen zijn we bij de geboorte nog niet-ingevulde, blanco mensen. Dat vind ik nou een heerlijke gedachte. De omgeving waarin we opgroeien, gaat steeds meer bepalen wat onze identiteit is. Een voorbeeld waar dat meteen duidelijk mee kan worden, is adoptie. Baby’s die direct na de geboorte vanuit bijvoorbeeld Afrika worden weggevoerd om opgevoed te worden in Amerika (of als dat te veel voor de hand ligt: de Noordpool) zullen met een ander idee opgevoed worden over wat identiteit is. Was het in Afrika gebleven dan was het kind misschien de meest getalenteerde jager van het dorp geworden, na de adoptie is het kind anders ‘ingevuld’ en aan een zakelijke carrière in de ijsjesbranche begonnen. Daar zit nog steeds een jagersinstinct in, op zekere wijze, maar het is toch wel degelijk een ander iets. Het kind zal zich op latere leeftijd misschien niet eens aangetrokken voelen tot Afrika, of er zelfs een afkeer van hebben.

Mocht u zelf ouder zijn van één of meerdere kinderen, dan kan het verhelderend zijn eens na te denken over de omgeving die u zelf tot nu toe aan uw kind(eren) heeft aangeboden. En dan niet meteen met het vingertje wijzen naar de buitenwereld die nou eenmaal verdorven is, maar gewoon eens even kijken naar wat u zelf laat zien en zelf vraagt van het kind. In hoeverre moet het kind voldoen aan de identiteit die ú in gedachten heeft voor hem/haar, of in hoeverre kan het kind zijn/haar eigen identiteit nog bepalen? Interessant om te ontdekken dat iedere ouder, in enige mate, de identiteit van het kroost beïnvloedt. Willens en wetens. Door angst te creëren om niet te voldoen aan verwachtingen, eisen te stellen aan prestaties en op elk gebied de latten hoog te leggen. Of juist door alle druk en prestatiedwang te vermijden, en het kind zonder bandjes te laten zwemmen in het diepe en geen enkele handreiking te doen. Ook niet handig.

De vraag die ik mij stel, is wat er zou gebeuren als er werkelijk geen enkele invloed van buitenaf zou zijn die remmend werkt op de ontwikkeling. Wat gebeurt er als een baby een kind wordt, een puber een jong volwassene, een volwassene een senior, zonder dat er op enige wijze negatieve invloed uitgeoefend wordt? Als er alleen maar positieve feedback gegeven wordt, en stimulerende handreikingen gedaan worden voor de ontwikkeling van het Zelf? Daarmee bedoel ik niet dat er geen grenzen afgebakend mogen worden. Natuurlijk wel. Maar ik zou best eens willen experimenteren met grenzeloze positiviteit. Eens kijken wat dat doet met de wachtkamers van de psychologen en psychiaters van ons land!