In Nederland en ver daarbuiten lijkt het gemiddelde IQ toe te nemen. Jonge kinderen worden steeds vaker aangemerkt als Hoogbegaafd, en in een even zo hoog tempo ontstaan er vormen van begeleiding (waaronder basisonderwijs) die daarbij zouden moeten passen. De nood is aan de man, als je sommige ouders mag geloven. Het kind moet hoe dan ook volledig tot ontwikkeling komen om zo op een hoger plan te komen. En daarna – dat is mijn vraag. Wat komt daarna?

Natuurlijk baseer ik mijn mening niet op oninteressante, saaie en gedetailleerde wetenschappelijke onderzoeken. Maar natuurlijk is mijn mening ook niet uit de lucht komen vallen. Mijn mening baseer ik op mijn ervaring als vakleerkracht in de praktijk van het basisonderwijs. Een speciale vorm van basisonderwijs, welteverstaan, die gericht is op het hoog- of meerbegaafde kind, en waar de kinderen vakken op een andere manier aangeboden krijgen dan in het reguliere onderwijs en ook vakken aangeboden krijgen die normaalgesproken niet bij het reguliere onderwijs aangeboden worden. Zoals schaken, Engels vanaf groep 1 en Spaans vanaf groep 5. Dus ik zie genoeg begaafde kinderen en heb inmiddels voldoende ervaring met deze doelgroep – en met hun ouders.

Het is goed dat er aandacht is voor slimme kinderen, die zo snel de stof weten te doorgronden dat er tijd genoeg overblijft voor extra materiaal. Het is ook goed dat ouders zich interesseren voor de ontwikkeling van hun kind. Maar dan? Moeten kinderen dusdanig in de watten gelegd worden dat ze nooit weerstand tegenkomen? Geen problemen op hun pad, geen omstandigheden die niet volledig aan hun eigen verwachting voldoen, geen tegenwerking? Altijd en overal de volledige bescherming genieten van hun ouders, die het kind op een huizenhoog voetstuk plaatsen en te allen tijde gelijk geven, ook al heeft het kind misschien ongelijk?

Mijn vraag blijft: en daarna? Als de basisschool doorlopen is, en het kind op zijn of haar glimmende fiets (tenminste, dat hoop ik toch, dat er gefietst wordt) naar de middelbare school vertrekt? Hoe aangepast is het onderwijs daar dan? En nog belangrijker – als je het mij vraagt tenminste: hoe aangepast is het kind dan, hoe flexibel is het kind? Kan het kind omgaan met de tegenwerking (die daar beslist op de loer ligt), de weerstand (niet alleen van groepsgenoten maar ook van docenten) en het gebrek aan bescherming van ouders of wie dan ook? Zal het kind dan nog kunnen accepteren dat het nuchter bekeken niks meer of minder is dan de andere kinderen die van een reguliere onderwijsvorm naar de middelbare school gefietst komen?

De ouders lijken soms maar één ding te willen: het kind beschermen tegen de teleurstellingen die zij zelf in hun jeugd hebben opgelopen. Getraumatiseerd door de ontkenning van hun eigen hogere intelligentie, en inmiddels vastgelopen in hun carrière – en op het randje van een populaire burn out – plaatsen ze hun kinderen op een troon. Niets minder dan perfect is hun kind, en alles wat de prins of de prinses uitkraait is geniaal. Zo niet, dan zorgt de ouder er zelf wel voor dat het geniaal lijkt of wordt. Niet uitzonderlijk, dat ik kinderen hoor vertellen dat hun vader of moeder het huiswerk gemaakt heeft. Blijkbaar hebben ouders er wel zin in nog eens ouwerwets huiswerk te maken. Maar belangrijker vinden ze het dat hun prins of prinses weer een foutloos werkje kan afleveren bij de juf of meester. Naar mijn mening hebben deze kinderen (als je het van een afstandje bekijkt) best wel last van domme ouders..

Het zal mij benieuwen hoe de slimme kinderen zich zullen gaan redden in de grote boze wereld die Onze Maatschappij heet. En hoe ze later zelf ook weer hun kinderen zullen gaan opvoeden, die wellicht nóg genialer en prinselijker zijn dan ze zelf al waren. Mijn fantasie slaat op hol, maar ik voorzie straten vol Gouden Koetsen. En u?