Het zaad van de Godheid in ons dragen en

mede-erfgenaam worden

Toen Jezus naar de wijze en de gelijkenis van de Vader werd geschapen en dus het evenbeeld van zijn Vader was, streefde Hij er toen naar om ‘op welke manier dan ook’ aan God gelijk te worden? Jezus, dacht dat het geen roof was om aan God gelijk te worden en in de schriften kunnen wij lezen waar wij naar moeten streven: Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. (Filippenzen 2:5-8.)

     En weet dat gij de rechters van dit volk zult zijn, volgens het oordeel dat Ik u geven zal, dat rechtvaardig zal zijn. Wat voor mannen behoort gij daarom te zijn? Voorwaar, Ik zeg u, zoals Ik ben. (3 Nephi 27:27.)

Omdat ik een kind van God ben draag ik het zaad van de Godheid in mij, dat ik door mijn gehoorzaamheid en rechtvaardigheid kan koesteren en doen uitgroeien totdat ik net als mijn hemelse Vader wordt. Ieder mens stamt namelijk van God af want wij zijn in de geestenwereld door Hem verwekt, waar wij een deel van zijn aard kregen, zoals de kinderen hier op aarde ook een deel van de gelijkenis van hun aardse ouders krijgen. Onze beproevingen en ons lijden geven ons ervaring en vestigen de beginselen van de goddelijkheid in ons. (Lorenzo Snow, De Ster van maart 1975 blz. 368.)

Een erfgenaam is iemand die er recht op heeft van een voorvader eigendommen, titels, of andere voorrechten te erven. Maar bij erfgenamen ‘in de eeuwige zin van het woord’ komt meer dan een erfenis kijken. Zij worden op grond van rechtvaardigheid en gehoorzaamheid aan de goddelijke wet aangewezen. Alle mensen zijn Gods zonen en dochters in de geest, maar alleen zij die ervoor zorgen dat zij ervoor in aanmerking kunnen komen door de doop, het herstelde priesterschap en getrouwheid, kunnen zijn erfgenamen worden in de absolute betekenis van het woord en de volheid erven van datgene dat Hij ons zal geven. (Vergelijk Mozes 6:64-68 en LV 84:31-34.)

In de wereldse betekenis van het woord moet de gever sterven voordat de erfgenaam datgene kan erven dat de gever hem heeft toebedeeld. In de eeuwige betekenis blijft de Gever leven. In de wereldse betekenis blijft er voor de gever niets over, wanneer zijn erfenis aan zijn erfgenaam is overgedragen. In de eeuwige betekenis blijven zowel de Gever als de erfgenaam leven en bezitten gezamenlijk alle dingen. God verspeeld of verliest zijn macht niet wanneer Hij zijn macht aan anderen geeft, evenmin geeft Hij zijn volmaakte kennis uit handen, wanneer zijn kinderen alles weten.

Wanneer u erop bent voorbereid de Vader te zien, zult u een Wezen zien met wie u reeds lang bekend bent. Hij zal u in zijn armen nemen en u zult gereed zijn om Hem in de armen te vallen en Hem te kussen zoals u bij uw aardse vader, familieleden en vrienden zou doen die al een aantal jaren dood zijn. U zult blij zijn en er zal vreugde in uw hart zijn. Wat heerlijk dat u zijn eeuwigheid kunt verdragen en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.