Voordat je verder leest moet je iets van me weten. Ten eerste: ik zit op korfbal, ten tweede: ik ben scheidsrechter. En nee, nu niet direct wegklikken omdat dit vaak de meest rampzalige combinatie op aarde is. Ik weet hoe de korfbalsport bekend staat, laat staan scheidsrechters, en ik weet ook dat je niet op een betoog van zestien kantjes wacht die de sport verdedigt. Wie geen korfballiefhebber is en dit toch wilt snappen; niet getreurd, het gaat hier voornamelijk om het scheidsrechtersaspect.

SIRE had laatst die reclame van geef kinderen hun spel terug, die aangaf dat ouders langs de lijn eens moesten dimmen. Tot voor kort dacht ik dat het overdreven gedoe was, de half jankende ouders die als pubers de scheids stonden uit te schelden. Tot voor kort ja, want afgelopen zaterdag ondervond ik dat ze echt bestaan.

Als scheidsrechter krijg je elke wedstrijd wel commentaar over je heen gegooid. De ene keer is het zo weinig dat je het nauwelijks merkt, de andere keer krijg je een stortvloed aan gescheld, gevloek en betweterigheid te verwerken. Normaal gesproken komt dit van coaches of spelers die denken de regels beter te kennen dan jij, maar heel soms zit er weer eentje tussen: de zeikvader.

Ik noem de zeikvader heel bewust zeikvader omdat het eigenlijk nooit een moeder is (dan hebben we het nu uiteraard over sport, iedereen weet dat vrouwen op elk ander vlak meer zeiken dan de man). De zeikvader komt meestal maar om twee redenen naar de wedstrijd toe; om te zien hoe goed zijn geliefde dochter/zoon is, en om iedereen die dat tegenspreekt lastig te vallen met zijn gezeik. Een trainer die zijn geliefde kind uit het spel haalt of een scheidsrechter die de actie van het kind affluit zijn potentiële slachtoffers van de zeikvader. Wie ook maar iets doet wat in zijn ogen negatief is naar ZIJN zoon of dochter, die heeft een probleem.

Nu floot ik een tijdje terug een A-wedstrijd bij de plaatselijke korfbalvereniging. Er zat een meisje bij die een zeikvader had. Tijdens de wedstrijd merkte ik het niet zo, wel zag ik dat ze een motoriek van een dronken aardbei had waardoor ze over haar eigen voeten struikelde bij elke bal die ze ving en dat ze bij een doelpoging de bal in lucht gooide alsof haar leven er vanaf hing (en dan nog niet de korf raken, zo’n type). Opzich niets mis mee, ze heeft plezier in de sport dus dan zit het wel snor dacht ik. Totdat haar vader aan het eind van de wedstrijd een praatje kwam maken.

Je moet weten dat het meisje verloren had met een verschil dat groter was dan tien punten. Dat betekent dat het andere team veel beter was (voor de niet-korfballers onder ons). Aan het eind van de wedstrijd kwam hij eraan, de zeikvader. Het meisje zelf stond er wat zenuwachtig naast. Ik wist het, nu kwam er iets. “Jij mag nooit meer zo partijdig zijn!”, zei hij tegen me, met z’n wijsvingertje betweterig boven zijn hoofd geheven. “Ze waren veel beter, maar jij hebt het gewoon verpest!”, gooide hij er bovenop. Ik wist dat hij ongelijk had en keek hem recht in de ogen aan. Dit was duidelijk een zeikvader. Even had ik nog medelijden met het meisje die mijn blik ontweek. Ze had dit al duidelijk vaker meegemaakt en ze schaamde zich. Ik besloot er niet op in te gaan en iets te brabbelen als “nou, dan verschillen we van mening”. Dat bleek het beste te zijn. Hij riep me nog iets na maar dat hoorde ik gelukkig niet.

Zeikvaders, wat een nare mensen.

 

Deze column is oorspronkelijk geplaatst op www.dennishoogeveen.nl – Dennis’ blog. (Link naar betreffende blogpost).