Een ‘heilige der laatste dagen’ die actief is in de kerk, die de vergaderingen bijwoont, zijn tiende en vastengave betaald, naar beste kunnen het herstelde evangelie bestudeerd en zijn roeping serieus neemt kan toch ontevreden zijn. Hij of zij kan namelijk het gevoel hebben dat niet datgene uit het lidmaatschap van de kerk gehaald wordt dat men graag zou willen. Dat hij niet het gevoel heeft dat hij de geestelijke ervaringen of zegeningen krijgt die men zou moeten krijgen. Hij of zij gaat zich dan afvragen of er iets aan de hand is en soms kan de moed werkelijk in de schoenen zakken.

Ik kan mij dat wel in denken want ik heb dit ook aan den lijve ondervonden. Ik ben er achter gekomen dat ik nooit moet vergeten dat elke zegen waar ik naar streef in handen van de Heer gelegen is. Zelfs als er niets aan mijn levenswijze mankeert zegent Hij mij maar dan wel “in Zijn eigen tijd en op Zijn wijze en overeenkomstig Zijn wil”. (LV 88:68.) Maar er is nog iets waar we altijd aan moeten denken. De Heer is rein. Hij is heilig en wel in de absolute zin des woords. Zelfs wanneer we zo goed mogelijk ons best doen, bevinden wij ons nog ver beneden zijn niveau wat reinheid en heiligheid betreft. In de kerk leren we dat we Gods kinderen zijn en dat we gelijk aan Hem kunnen worden. Soms denk ik dat we daar te lichtvaardig over denken, spreken of mee omgaan. Indien we als Hem willen worden, moeten we met geheel ons hart ernaar streven net zo rein te worden als Hij is. Ik hoop dat u de raad van Paulus begrijpt wanneer hij zegt: “Gij kunt niet de beker des Heren drinken èn de beker der boze geesten, gij kunt niet aan de tafel des Heren deel hebben èn aan de tafel der boze geesten”. (1 Korintiërs 10:21.)

Hoe rein moeten we zijn om aan de Heer gelijk te kunnen worden? In Matteüs 17:2 lezen wij: “En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht”. In 3 Nephi 19:25 lezen wij: “en het licht van zijn gelaat bescheen hen, en zie, zij waren zo wit als het gelaat en ook als de klederen van Jezus; en zie, de witheid daarvan overtrof alle witheid, ja, er kon op aarde zelfs niets zo wit zijn als de witheid daarvan”. De profeet Joseph Smith heeft gezegd: “Indien iemand een volheid van het priesterschap van God wil verkrijgen, moet hij het op de zelfde wijze als Jezus Christus verkrijgen, namelijk door alle geboden te onderhouden en alle verordeningen van het huis des Heren. (LvdpJS, blz. 327.) Verder heeft hij gezegd: “Wanneer gij een ladder beklimt, moet gij onderaan beginnen en sport voor sport omhoog gaan, totdat gij boven aan de ladder komt. Zo is het ook met de beginselen van het Evangelie, gij moet met de eerste beginnen en doorgaan, totdat gij alle beginselen der verhoging hebt geleerd. Maar het zal geruime tijd vergen nadat gij door de sluier zijt gekomen, voordat gij die geleerd hebt”. (LvdpJS, blz. 369.)

Ik denk, nu ik dit allemaal weet, dat de heer mij niet zal verontschuldigen als ik niet probeer om in deze wereld zo volmaakt mogelijk te zijn. Ik weet dat Jezus voor ons stierf en wanneer ik van het Avondmaal neem probeer ik aan Hem, en wat Hij voor mij heeft gedaan, te denken. Verder moet ik blijvend bezig zijn met het werken aan mijn zwakheden want anders kan het vernieuwen van mijn verbonden mij niet beter maken en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.