Waar de omvang van een ‘gemeente’ het toeliet, presideerde er over een Joodse synagoge een ‘college van oudsten’ (Lucas 7:3) die op hun beurt onder toezicht van iemand stonden die de ‘overste der synagoge’ werden genoemd. (Lucas 8:41, 13:14.) Crispus (1 Korintiërs 1:14) was een van hen. Hij was belast met de synagoge te Korinte in de tijd dat Paulus het evangelie in die stad bediende. Hij werd door de woorden van Paulus bekeerd en kort nadien met zijn familie door de grote apostel van de niet-Joden gedoopt. (Handelingen18:8.)

Sommigen hebben de passage 1 Korintiërs 1:17 gebruikt om het idee kracht bij te zetten dat Paulus geen werkelijke waarde aan het voltrekken van de doop hechtte en dacht dat deze voor Gods ogen niet zo belangrijk was. Wanneer men zo redeneert, gaat men voorbij aan de vele andere passages waarin Paulus over de verordening spreekt en niet alleen op een goedkeurende manier maar op een manier die erop wijst dat het een absolute noodzaak is voor allen die een deugdelijke relatie met Christus willen aangaan. (Zie Romeinen 6:3-4 Efeziërs 4 en 5, Galaten 3:27, Kolossenzen 2:12.) Paulus uitspraak komt voor in het gedeelte waarin hij de heiligen te Korinte kastijdt voor hun neiging verdeeldheid en na-ijver te zaaien, zelfs over de kleinste kwesties. Hij smeekt hen met dergelijke praktijken op te houden en ‘één van zin en één van gevoel’ te zijn. (1 Korintiërs 1:10.)

Het Griekse woord voor verdeeldheid is schismata wat scheuring, tweedracht, tweespalt of afscheiding betekend en drukt erg goed uit wat Paulus ware gevoelens zijn. Het was alsof de grote apostel zich zo door en door schaamde over een dergelijke partijzucht dat hij er niet mee geïdentificeerd wilde worden. Bij het testen hoe goed iemand voldoet als vertegenwoordiger van Jezus Christus gaat het er niet om hoeveel mensen hij doopt, maar hoe goed hij het woord Gods verspreid, zodat allen die willen horen kunnen gaan gehoorzamen.

De kruisiging van Jezus was voor de Joden een aanstoot (1 Korintiërs 1:23) want zijn korte verblijf onder de mensen verschilde zo van wat de Joden verwachtten. Zij verwachtten namelijk een machtige koning die in heerlijkheid zou komen om het gehate juk van de Romeinen met één wonderbaarlijke klap af te werpen en een Messiaans koninkrijk zou stichten, waarin de getrouwe Joden over allen zou heersen. Wat een groot aantal joden betreft was Jezus, net als honderden anderen, aan een kruis genageld en dat was voor hen de val waarover zij struikelden en waarin zij verstrikt raakten want hoe kon Hij hun Messias zijn? De profeet Jakob in het Boek van Mormon heeft eveneens over dit struikelen gesproken. (Jakob 4:14-15.)

In 1 Korintiërs 1:26-31 heeft God, wat voor de wereld zwak is uitverkoren om wat sterk is te beschamen. Met andere woorden: wie is beter geschikt voor de prediking van het evangelie, een vijftig jaar oude rector van een universiteit die overal ter wereld bekendheid geniet en titels heeft of een negentienjarige jongen van de MAVO die geen enkele wetenschappelijke graad heeft?

Ware godsdienst is geen kwestie van verstandelijke vermogens of van een naam hebben in de wereld, maar van een geestelijke instelling, zij zijn niet zwak maar sterk op geestelijk gebied en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.